De uppercut wordt geleid vanuit de navelstreek in een opgaande beweging, waardoor de vorm van de haak blijft bestaan, voordat de vuist het lichaam van de tegenstander bereikt. Andere varianten, bijvoorbeeld in het Thaiboksen, worden niet vanuit de maagstreek geslagen. In plaats daarvan laat de bokser de vuist vanuit de dekking slechts zo lang naar buiten vallen, als nodig is om met voldoende kracht te kunnen schieten. Door de vuist naar de buik te laten zakken, wordt de weg langer, neemt de benodigde tijd toe en daarmee de kans voor de tegenstander om de open dekking in zijn voordeel te gebruiken voor een stoot.
Een uppercut wordt het best uitgevoerd in de nabijheid, dan ontstaat naarmate de afstand tot de tegenstander groter wordt de kans om hem niet te raken. Een uppercut veroorzaakt in de regel de grootste schade, als hij de kin van de tegenstander bereikt, maar ook romp, neus en ogen zijn typische doelen.
Het behoort om deze reden tot de technieken van infight.
Bijna altijd gaat het om uppercuts van de achterhand, maar er zijn (of waren) ook boksers als Aaron Pryor en Ricardo López die buiten het normale spel regelmatig een linkse uppercut slaan. Michel Trabant slaagde met een linkse uppercut een knock-out van een enkele stoot tegen de fel aanvallende Marc Waelkens.