Jean Paul Pierre Casimir-Perier (Franse uitspraak: [ʒɑ̃ kazimiʁ pɛʁje]; 8 november 1847 - 11 maart 1907) was een Frans politicus, vijfde president van de Franse Derde Republiek.
Hij is geboren in Parijs, als zoon van Auguste Casimir-Perier en als kleinzoon van Casimir Pierre Perier, premier van Louis Philippe. Hij trad in het openbare leven als secretaris van zijn vader, die onder het presidentschap van Thiers minister van Binnenlandse Zaken was.
Op 17 augustus 1883 werd hij staatssecretaris van oorlog, een functie die hij tot 7 januari 1885 behield. Van 1890 tot 1892 was hij ondervoorzitter van de kamer, daarna in 1893 president. Op 3 december werd hij premier en minister van Buitenlandse Zaken, maar hij werd in mei 1894 herkozen tot voorzitter van de kamer.
Op 24 juni 1894, na de moord op president Carnot, wordt hij met 451 stemmen tegen 195 voor Henri Brisson en 97 voor Charles Dupuy tot president van de republiek gekozen. Hij was slechts zes maanden lang president. De dag na het ontslag van Dupuy, op 14 januari 1895, nam Casimir-Perier ontslag. Hij zei dat hij werd genegeerd door de ministers, die hem niet raadpleegden alvorens besluiten te nemen, en hem niet op de hoogte hielden van de politieke gebeurtenissen, met name op het gebied van buitenlandse zaken.
Vanaf die tijd heeft hij de politiek volledig verlaten en zich aan het bedrijfsleven gewijd - met name aan de mijnbouw. Tijdens het proces tegen Alfred Dreyfus in Rennes was het bewijs van Casimir-Perier, in tegenstelling tot dat van generaal Mercier, van grote waarde voor de zaak van Dreyfus.