De Government of India Act, 1935 werd in augustus 1935 door het Britse parlement aangenomen. Met 321 afdelingen en 10 schema's was dit de langste wet die het Britse parlement tot dan toe had aangenomen en die later in twee delen werd gesplitst, nl. de Government of India Act, 1935 en de Government of Burma Act, 1935. De vraag naar constitutionele hervormingen in India is al vrij oud.
Achtergrond en totstandkoming
De Government of India Act van 1935 was gebaseerd op vier belangrijke bronnen: het verslag van de Simon Commission, de besprekingen tijdens de Derde Ronde Tafel Conferentie, het Witboek van 1933 en de verslagen van de Joint Select Committees. Het Simon Commission (1927) had destijds veel kritiek uitgelokt omdat er geen Indiase leden in zaten, wat leidde tot bredere politieke discussies en de Ronde Tafelconferenties in Londen. De Act probeerde een kader te bieden voor meer zelfbestuur binnen het Britse imperium, maar bleef uiteindelijk een compromis waarin veel bevoegdheden bij de Britse regering werden gehouden.
Belangrijkste bepalingen
- Afschaffing van dyarchie op provinciaal niveau: de Act maakte een einde aan het systeem van dyarchie dat was ingevoerd bij de Government of India Act van 1919 en introduceerde provinciale autonomie. Provincies kregen ministeriële regeringen met verantwoordelijkheid voor tal van binnenlandse aangelegenheden.
- Federatie-idee: de wet voorzag in de oprichting van een federatie van India die zou bestaan uit de provincies van Brits-Indië en enkele of alle prinselijke deelstaten. Die federatie is echter nooit tot stand gekomen omdat het vereiste aantal prinselijke staten zich er niet bij aansloot.
- Centrale structuur en bevoegdheden: er werd een federale regering voorzien met een bicameraal parlement, maar veel vitale zaken (o.a. buitenlandse zaken, defensie, valuta, spoorwegen en communicatie) bleven onder directe Britse controle via de Governor-General en speciale bevoegdheden.
- Rechten en kiesrecht: het kiesrecht werd verruimd ten opzichte van eerdere wetten, maar bleef beperkt door eigendom-, belasting- of opleidingscriteria; algemeen kiesrecht was nog geen werkelijkheid. Tevens bleef het systeem van aparte electoraten en communale vertegenwoordiging voor groepen zoals moslims, sikhs en Europese minderheden gehandhaafd.
- Instituten en administratieve veranderingen: de Act voorzag in de instelling van federale en provinciale Public Service Commissions en legde de basis voor de oprichting van het Federal Court of India (in 1937), dat later een voorloper zou worden van het Indiase Hooggerechtshof.
- Bevoegdheden van gouverneurs en reservebevoegdheden: de gouverneurs behielden ruime reservebevoegdheden waarmee ze min of meer rechtstreeks konden ingrijpen in de provinciale regeringen, wat de kracht van de ministeriële verantwoordelijkheid beperkte.
Gevolgen en politieke reacties
De Act had ingrijpende, maar gemengde effecten op het politieke landschap in India:
- Provinciale verkiezingen in 1937 leidden tot grote winst voor het Indian National Congress in veel provincies. Dat gaf Indiase politieke leiders praktische ervaring in bestuur en administratie, maar leidde ook tot spanningen met gouverneurs die hun reservebevoegdheden soms gebruikten om gekozen regeringen te beperken of te vervangen.
- Omdat de federatie niet tot stand kwam, bleef het centrale gezag op veel belangrijke terreinen onder Britse controle, waardoor veel nationalistische leiders de Act als onvoldoende beschouwden.
- De voortzetting van aparte electoraten en communautaire vertegenwoordiging versterkte politieke fragmentatie en benadrukte religieuze en gemeenschapsgebonden scheidslijnen in de politiek.
- De scheiding van Birma (Birma) van Brits-Indië werd geregeld door de wet — dit werd uiteindelijk uitgevoerd door de aparte Government of Burma Act, 1935, waardoor Birma een eigen gouverneurschap kreeg.
Kritiek en nalatenschap
Veel Indiase leiders beschouwden de Act als een stap vooruit in administratieve zin maar niet als echte constitutionele vrijheid. Belangrijke kritiekpunten waren:
- Het behoud van ruime Britse controle over sleutelgebieden en de uitgebreide reservebevoegdheden van gouverneurs, waardoor de feitelijke zelfstandigheid van gekozen regeringen beperkt bleef.
- Het ontbreken van algemeen kiesrecht en het voortbestaan van communale electoraten, wat de democratisering beperkte en communautaire spanningen bleef voeden.
In de praktijk speelde de Act echter een rol in het proces naar onafhankelijkheid. Het gaf Indiase politieke partijen bestuurlijke ervaring en een institutioneel kader dat tijdens de overgangsperiode gebruikt werd. Met de onafhankelijkheid en de deling van het Britse gebied in 1947 ging het grootste deel van de Act ten einde: het Britse grondgebied werd opgesplitst in Pakistan en India. De juridische en bestuurlijke overgang naar volledig autonome constituties werd vervolgens vormgegeven in de jaren na 1947, culminerend in de grondwet van India van 1950 die het voornaamste Britse raamwerk verving.
Kortom, de Government of India Act van 1935 was een complex en omvangrijk document dat zowel hervormingen introduceerde als veel macht bij de Britse overheid liet. Zijn belangrijkste nalatenschap ligt in het creëren van instituties en bestuurlijke ervaring die een rol speelden in de uiteindelijke overgang naar onafhankelijkheid en moderne constituties in het subcontinent.