In de natuurkunde is interferentie het effect van golffuncties. Een enkele golf kan met zichzelf interfereren, maar dit is nog steeds een optelling van twee golven (zie het experiment met de spleten van Young). Twee golven interfereren altijd, ook al is het resultaat van de optelling ingewikkeld of niet opmerkelijk.
Iets dat gebeurt wanneer twee of meer golven zich in dezelfde ruimte bevinden. Soms voegt de piek van een golf zich bij de piek van een andere golf, zodat de resulterende piek twee keer zo hoog is. Soms valt de piek van een golf in het dal van een andere golf, en dan is het oppervlak vlak. Wanneer golven hun effecten optellen, wordt dit positieve interferentie genoemd, of constructieve interferentie. Wanneer de ene golf de effecten van de andere golf vermindert, spreekt men van negatieve interferentie, of destructieve interferentie.
Als twee mensen in dezelfde richting op een auto zouden duwen, zouden ze de auto beter laten bewegen dan een van beiden alleen. Dat zou positieve interferentie zijn. Als twee mensen van gelijke sterkte de auto vanuit tegengestelde richtingen zouden duwen, dan zou de auto door geen van beiden in beweging worden gebracht. Dat zou negatieve interferentie zijn.








