Een auteur die zijn computerprogramma vrij wil maken, moet de mensen aan wie hij het programma als vrij programma geeft, toestaan het te gebruiken voor elke reden en elk doel, op elke computer, op elke plaats en op elk moment, zonder beperkingen. Dit is een vrije licentie.
Dat betekent niet dat de auteur moet zeggen "Ik sta je toe om bestanden van de computers van andere mensen te verwijderen zonder het hun te vertellen", maar hij mag niet zeggen "Ik verbied je om bestanden van de computers van andere mensen te verwijderen zonder het hun te vertellen". Als het verwijderen van bestanden van iemands computer illegaal is, dan is het illegaal, ongeacht wat de auteur van het programma zegt.
Als het legaal is (bijvoorbeeld als een gebruiker wil dat het programma zijn bestanden wist zonder hem dat te vertellen), maar de auteur heeft het verboden, dan is de software niet vrij. Het is niet vrij omdat niemand het programma kan veranderen om er een nuttig programma van te maken dat dat doet, en het aan anderen kan geven.
De auteur mag zelfs dingen die gevaarlijk zijn niet verbieden, want als het verbod niet heel erg ingewikkeld en lang is, kan het verkeerd gebruikt worden. Bijvoorbeeld, explosieve materialen kunnen gebruikt worden voor oorlog, maar ze kunnen ook gebruikt worden in de mijnbouw. Sommige auteurs zouden iets anders willen verbieden. Als veel auteurs veel verschillende dingen verbieden, dan zal een programma dat is samengesteld uit de programma's van die auteurs niet bruikbaar zijn.
Er zijn ook andere dingen die moeten worden toegestaan.