Glasnost (Russisch: гла́сность) was een beleid dat opriep tot meer openheid in de overheidsinstellingen en -activiteiten in de Sovjet-Unie. Het werd ingevoerd door Michail Gorbatsjov in de tweede helft van de jaren tachtig. Glasnost wordt vaak gekoppeld aan Perestroika (herstructurering), een andere hervorming die in dezelfde periode door Gorbatsjov werd ingevoerd. Het woord "glasnost" wordt in het Russisch al minstens sinds het einde van de 18e eeuw gebruikt.
Het woord werd door Gorbatsjov vaak gebruikt voor beleid waarvan hij dacht dat het de corruptie aan de top zou kunnen verminderen en het machtsmisbruik door het Centraal Comité zou kunnen matigen. De Russische mensenrechtenactiviste en dissidente Ljoedmila Aleksejeva verklaarde glasnost als een woord dat "al eeuwen in de Russische taal voorkwam. Het stond in de woordenboeken en wetboeken zolang er woordenboeken en wetboeken bestonden. Het was een gewoon, hardwerkend, onopvallend woord dat werd gebruikt om te verwijzen naar een proces, eender welk proces van rechtspleging of bestuur, dat in de openbaarheid werd gevoerd".
Glasnost kan ook verwijzen naar de specifieke periode in de geschiedenis van de USSR in de jaren tachtig, toen er minder censuur en meer vrijheid van informatie was.