In de economie is de marginale consumptiegeneigdheid (MPC) een maat waarmee de geïnduceerde consumptie in cijfers kan worden uitgedrukt. Geïnduceerde consumptie is het idee dat een stijging van de persoonlijke consumptieve bestedingen (consumptie) plaatsvindt bij een stijging van het besteedbaar inkomen (inkomen na aftrek van belastingen en overdrachten). Het deel van het besteedbaar inkomen dat mensen aan consumptie besteden, wordt de neiging tot consumptie genoemd. De MPC is het deel van het inkomen dat een persoon meer uitgeeft. Als een huishouden bijvoorbeeld een extra dollar aan besteedbaar inkomen verdient en de marginale neiging om te consumeren 0,65 bedraagt, dan zal het huishouden 65 cent uitgeven en 35 cent van die dollar sparen. Het is duidelijk dat het huishouden niet meer kan uitgeven dan de extra dollar (zonder te lenen).
John Maynard Keynes zegt dat de marginale neiging om te consumeren minder dan één is.
De MPC is hoger voor armere mensen dan voor rijke.
Formule en eenvoudig voorbeeld
De MPC wordt meestal uitgedrukt als een helling van de consumptiefunctie en in formulevorm als:
MPC = ΔC / ΔYd
waar ΔC de verandering in consumptie is en ΔYd de verandering in besteedbaar inkomen. Voorbeeld: als het besteedbaar inkomen met 100 euro stijgt en de consumptie met 65 euro stijgt, is MPC = 65/100 = 0,65.
Relatie met de marginale spaarneiging (MPS) en de multiplier
De marginale spaarneiging (MPS) is het deel van de extra inkomsten dat wordt gespaard en geldt als:
MPS = 1 − MPC
Als MPC = 0,65, dan is MPS = 0,35. Deze verhouding bepaalt de grootte van de Keynesiaanse multiplier, die aangeeft hoeveel extra nationaal inkomen een initiële verandering in bestedingen oplevert:
Multiplier k = 1 / (1 − MPC)
Met MPC = 0,65 is de multiplier k ≈ 2,857. Dat betekent dat een extra autonome besteding van 1.000 euro in theorie tot ongeveer 2.857 euro extra nationaal inkomen kan leiden, verspreid over opeenvolgende ronden van bestedingen.
Determinanten van de MPC
- Inkomen: Mensen met lagere inkomens hebben doorgaans een hogere MPC omdat zij meer van extra inkomen aan basisbehoeften besteden.
- Rijkdom en vermogen: Hoger vermogen vermindert de neiging om extra inkomsten direct te besteden.
- Toekomstverwachtingen: Als huishoudens verwachten dat hun inkomen structureel zal stijgen, kan de MPC hoger zijn dan wanneer ze de stijging als tijdelijk beschouwen.
- Toegang tot krediet: Makkelijk lenen kan consumenten in staat stellen meer te besteden, waardoor de gemeten MPC tijdelijk boven 1 uit kan komen.
- Belastingen en overdrachten: Veranderingen in belastingen of uitkeringen beïnvloeden het besteedbaar inkomen en daardoor de MPC.
- Sociale vangnetten en onzekerheid: Sterke sociale zekerheid kan huishoudens aanmoedigen meer te consumeren of juist meer te sparen, afhankelijk van de situatie.
Aggregaat versus individueel gedrag en theoretische inzichten
De MPC kan verschillen tussen individuele huishoudens en op macro-economisch niveau (aggregaat MPC). Economische theorieën zoals de levenscyclus- en permanente-inkomenshypothese stellen dat huishoudens bestedingen afvlakken in de tijd; daardoor is de MPC voor permanente inkomensveranderingen doorgaans lager dan voor tijdelijke veranderingen. Op korte termijn zal de gemeten MPC vaak hogere waarden laten zien bij kortstondige inkomensveranderingen.
Beleidsimplicaties
- Fiscal policy: Overheden gebruiken kennis van de MPC om te beoordelen hoe effectief belastingverlagingen of inkomensoverdrachten zijn in het stimuleren van consumptie en economische groei. Transfers aan huishoudens met een hogere MPC (vaak lagere inkomens) hebben doorgaans een groter direct effect op consumptie.
- Multiplicatoreffecten: Een hogere MPC vergroot de multiplier en daarmee het effect van fiscale stimulering op het bruto binnenlands product (bbp).
- Stabiliteitsbeleid: Bij recessies kan men gericht stimuleren waar de MPC het hoogst is om vraag sneller te herstellen.
Meten en beperkingen
Empirisch bepalen economen de MPC met behulp van enquêtes, tijdreeksanalyses en microdata van huishoudens. Daarbij ontstaan uitdagingen, zoals het onderscheiden van tijdelijke versus permanente inkomensschokken, meetfouten en het effect van krediet. Hoewel Keynes stelde dat de MPC minder dan één is, kan in de praktijk tijdelijke kredietopname of het gebruik van spaargelden leiden tot een gemeten MPC die (kortstondig) groter is dan één. Over langere perioden is het echter gebruikelijk dat 0 ≤ MPC ≤ 1.
Samenvatting
De marginale consumptiegeneigdheid (MPC) meet welk deel van een extra eenheid besteedbaar inkomen wordt geconsumeerd. Het begrip is centraal in macro-economische analyses van vraag, spaargedrag en de effectiviteit van fiscaal beleid. De MPC varieert tussen groepen en over de tijd en bepaalt samen met de MPS de omvang van multiplicatoreffecten in de economie.