De wetten van Rugby Union zijn in het begin weliswaar moeilijk, maar gemakkelijk te begrijpen.
De belangrijkste regel in het rugby unionspel is dat degene die de bal op enig moment draagt, de bal niet mag passen naar een teamgenoot die zich dichter bij de doellijn van de tegenstander bevindt. De bal moet altijd zijwaarts of achterwaarts worden gepasst.
Alleen de speler met de bal mag getackeld worden. Tackelen is wanneer de speler met de bal naar de grond wordt gebracht door een speler van de tegenstander. De tegenstander moet zijn handen gebruiken om de baldrager vast te houden en naar de grond te brengen.
Wanneer de speler met de bal op de grond ligt, mogen spelers van de tegenpartij over hem heen staan en proberen de bal van hen af te pakken. De spelers van de tegenpartij moeten blijven staan ('op hun voeten'). Ondertussen zal de speler met de bal proberen de bal achterwaarts over de grond naar een teamgenoot te passen. Zijn teamgenoten zullen dan over de speler heen bewegen en de bal beschermen.
Tijdens het spel zijn er één tot vier personen die erop toezien dat de spelregels worden nageleefd. De belangrijkste van deze vier is de scheidsrechter die naast de spelers loopt terwijl zij het spel spelen. De scheidsrechter controleert het spel.
De twee grensrechters patrouilleren in de out-of-bounds gebieden. Zij beslissen ook wanneer een doeltrap geslaagd is.
De TMO, of "television match official", helpt de scheidsrechter bij moeilijke beslissingen. De meeste professionele wedstrijden hebben een TMO.