Zichtbaarheid is een woord dat in de meteorologie wordt gebruikt. Het wordt gebruikt om aan te geven hoe ver een normaal mens kan zien, afhankelijk van het weer. Als er weinig zicht is, zoals in een sneeuwstorm, zal een persoon niet ver kunnen zien. Bij goed zicht, zoals op een heldere, zonnige dag, kan iemand ver zien.

Een zicht van minder dan 100 meter (330 ft) wordt vaak nul genoemd. Wanneer het zicht zo slecht is, kunnen wegen worden afgesloten of worden lichten en borden ontstoken om bestuurders te waarschuwen. Deze worden geplaatst in gebieden waar het zicht vaak zeer slecht is. Waarschuwingslichten helpen ongevallen te stoppen. Auto-ongelukken met veel auto's gebeuren vaak op dit soort plaatsen als de waarschuwingslichten en -borden niet worden geplaatst.

Men spreekt van een goed zicht wanneer iemand verder dan ongeveer 10 kilometer kan zien.

Een advies wordt uitgevaardigd door meteorologen om te waarschuwen voor slecht zicht, zoals een advies voor dichte mist van de Amerikaanse National Weather Service. Deze waarschuwen chauffeurs om niet te reizen totdat de mist is opgetrokken. Vliegverkeer wordt soms vertraagd door slecht zicht.