Wi-Fi is een manier om verbinding te maken met een computernetwerk door middel van radiogolven in plaats van draden. Het is uitgevonden om computers die dicht bij elkaar staan met elkaar te verbinden en wordt tegenwoordig veel gebruikt voor internetverbindingen.

De Wi-Fi Alliance zegt dat Wi-Fi een "draadloos lokaal netwerk" (WLAN) is dat de specificatie van het Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) 802.11 volgt. Een Wi-Fi-apparaat kan met elk Wi-Fi-netwerk overal ter wereld werken.

Het woord Wi-Fi is een woordspeling met hi-fi, en werd uitgevonden om de naam "IEEE 802.11b Direct Sequence Spread Spectrum" te vervangen.

Vanaf 2013 gebruiken de meeste draadloze netwerken één van de twee radiofrequentiebanden. Dit zijn niet de enige twee banden, maar wel de meest gebruikte. Een van de banden ligt op ongeveer 2,4 GHz, de andere op 5 GHz. Beide hebben voor- en nadelen: De 2.4 GHz band wordt veel gebruikt, en apparaten zijn meestal goedkoper. Microgolfovens, DECT-telefoons en andere draadloze apparaten maken ook gebruik van de 2.4 GHz-band en veroorzaken soms interferentie die de uitzendingen vertraagt. De 5 GHz band heeft meer frequenties en meestal minder interferentie, maar er zijn meer regels voor het gebruik ervan. Op sommige plaatsen mag de 5 GHz-band niet buitenshuis worden gebruikt. Omdat minder apparaten de 5 GHz-band gebruiken, zijn apparaten die dat wel doen vaak duurder.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zegt dat Wi-Fi niet gevaarlijk is.