De diagonaal van een stuk geweven stof staat in een hoek van 45 graden ten opzichte van de ketting- en inslagdraden. Elk stuk geweven stof heeft twee diagonalen, die loodrecht op elkaar staan. Stoffen die niet geweven zijn, zoals vilt, hebben geen diagonaal.

Bij diagonaal snijden is geweven stof elastischer en beweeglijker dan bij on-grain snijden. Dit komt veel soorten kleding ten goede, zoals rokken, jurken en stropdassen.

De "diagonale snit" is een techniek die wordt gebruikt door kleermakers en kleermakers voor het snijden van stoffen. De grotere rek in de biaisrichting (diagonaal) van de stof helpt de lichaamslijnen en rondingen te accentueren en laat de stof zachtjes vallen. Zo zal een jurk met een volle rok die schuin gesneden is, sierlijker hangen of zal een smalle jurk het figuur beter omsluiten.

Kledingstukken met een schuine snit waren prominent aanwezig in de haute couture-kleding die in de jaren 1920 door Madeleine Vionnet werd ontworpen. Het wordt nog steeds vaak gebruikt in zowel haute couture- als winkelkleding. In de Middeleeuwen, vóór de ontwikkeling van het breien, werden leggings van slangen schuin afgesneden om ze beter te laten passen.