Charlotte van Mecklenburg-Strelitz (19 mei 1744 – 17 november 1818) was koningin-gemalin van Groot-Brittannië en later van het Verenigd Koninkrijk als echtgenote van koning George III. Zij trouwde op 8 september 1761 met George en was koningin van hun huwelijk tot haar dood in 1818, een ambtsperiode van 58 jaar. Samen kregen zij vijftien kinderen, van wie dertien de volwassen leeftijd bereikten.
Leven en achtergrond
Charlotte werd geboren in het vorstendom Mecklenburg-Strelitz in het huidige Duitsland en was van protestantse afkomst. Kort na haar komst naar Engeland trad zij in het openbaar leven als koningin-gemalin. Zij werd gekroond samen met George III tijdens de kroningsplechtigheid in september 1761.
Gezin en nakomelingen
Charlotte en George waren een groot gezin; hun kinderen omvatten onder anderen:
- George IV (geboren 1762) – later koning van het Verenigd Koninkrijk
- Frederick, Hertog van York (geboren 1763)
- William IV (geboren 1765) – later koning van het Verenigd Koninkrijk
- Charlotte, Princess Royal (geboren 1766) – huwde met de koning van Württemberg
Veel van hun kinderen speelden later een rol in de Britse politiek of huwden in Europa, waarmee de koninklijke familie uitgebreide familiebanden over het continent kreeg.
Publieke rol en interesses
Als koningin ondersteunde Charlotte de kunsten, muziek en wetenschap. Ze was bekend als beschermvrouwe van kunstenaars en musici en toonde belangstelling voor tuinbouw en plantkunde; haar naam wordt geassocieerd met tuinen en plantencollecties uit die periode. Ze steunde ook liefdadigheidsprojecten en instellingen, en haar lange ambtsperiode maakte haar tot een vaste figuur in het nationale leven gedurende belangrijke historische gebeurtenissen, zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de Napoleontische oorlogen.
Laatste jaren en overlijden
In de latere jaren van haar leven zorgde Charlotte voor haar zieke echtgenoot tijdens periodes van geestesziekte van George III. Zij overleed op 17 november 1818 in Kew Palace. Haar lichaam werd ter aarde besteld bij St George's Chapel, Windsor. Haar langjarige aanwezigheid aan het hof en haar werk als beschermvrouw van cultuur en liefdadigheid zorgden ervoor dat haar naam in Groot-Brittannië en daarbuiten nog lang werd herdacht.