Maria van Teck (Victoria Mary Augusta Louise Olga Pauline Claudine Agnes; 26 mei 1867 - 24 maart 1953) was de gemalin van koning George V van het Verenigd Koninkrijk en keizer van India. Zij was de moeder van Edward VIII, later hertog van Windsor, George VI en grootmoeder van koningin Elizabeth II, koningin van het Verenigd Koninkrijk, en prinses Margaret, gravin van Snowdon. Zij was de overgrootmoeder van de huidige koning Karel III van het Verenigd Koninkrijk en de Commonwealth-rijken.
Jeugd en afkomst
Bij haar geboorte was Mary lid van het Huis van Teck in Berlijn, Duitsland. Haar vader was Prince Francis, later hertog van Teck, en haar moeder was Princess Mary Adelaide van Cambridge, een lid van de Britse koninklijke familie. Via haar moeder was Mary daarmee een verre familielid van de Britse koninklijke lijn. Binnen de familie kreeg zij de bijnaam May, naar de maand van haar geboorte. Opgegroeid in zowel Duitse als Britse milieu-invloeden, ontwikkelde zij een sterke loyaliteit aan het Britse hof en een diep gevoel voor plicht en traditie.
Verloving en huwelijk
Mary werd aanvankelijk als passende huwelijkspartner beschouwd voor leden van het Britse koningshuis en was korte tijd verloofd met prins Albert Victor, hertog van Clarence, die echter in 1892 plotseling overleed. Kort daarna raakte zij verloofd met diens jongere broer, prins George, hertog van York. Het huwelijk werd gesloten op 6 juli 1893 in St James's Palace. Als echtgenote van de hertog vervulde Mary van Teck vele representatieve taken en groeide zij uit tot een geliefd lid van de koninklijke familie.
Kinderen
- Edward (later Edward VIII) (1894–1972)
- Albert (later George VI) (1895–1952)
- Mary, Princess Royal (1897–1965)
- Prince Henry, hertog van Gloucester (1900–1974)
- Prince George, hertog van Kent (1902–1942)
- Prince John (1905–1919)
Koningin-gemalin en publieke rol
Toen haar echtgenoot in 1910 de troon besteeg als George V, werd Mary koningin-gemalin en kreeg zij een centrale plaats in het openbare leven. Zij speelde een belangrijke rol bij ceremoniële taken en bij het behoud van koninklijke tradities. Tijdens de Eerste Wereldoorlog toonde zij zich actief betrokken bij liefdadigheidswerk en steun aan het thuisfront: zij bezocht militaire ziekenhuizen, steunde organisaties voor gewonde soldaten en nam deel aan initiatieven ten behoeve van verpleegkundigen en hulpverleners.
In 1917, tijdens de anti-Duitse stemming in Groot-Brittannië, steunde zij de beslissing van het koningshuis om de familienaam te wijzigen van Saxe-Coburg and Gotha naar het meer Engelse Windsor en zich af te keren van Duitse titels en gebruiken. Als koningin-gemalin stond Mary bekend om haar onwrikbare plichtsbesef, haar smaak voor ceremoniële pracht en haar zorg voor de koninklijke collectie van juwelen en staatskostuums, veel daarvan bleef later in de Britse Royal Collection.
De crisis van 1936 en haar rol als familieleid
Na het overlijden van George V in januari 1936 werd Mary koningin-grootmoeder (queen dowager). Dat jaar kende groot tumult door de abdicatie van haar oudste zoon Edward VIII. Mary stond bekend als een steunpilaar voor de koninklijke familie en gaf, achter de schermen, steun aan de nieuwe koning, haar tweede zoon George VI, in de moeilijke periode daarna. Haar gezag en reputatie droegen bij aan de stabiliteit van het huis Windsor in die onzekere tijden.
Persoonlijkheid en interesses
Mary werd omschreven als vastberaden, conservatief en zeer plichtsgetrouw. Ze hechtte veel waarde aan etiquette en koninklijke etiquette en had een uitgesproken belangstelling voor juwelen, kostuums en historische objecten. Veel van haar persoonlijke bezittingen en sieraden gingen later over in de koninklijke collectie en worden nog steeds bewaard. Zij vervulde talrijke patronaten en ondersteunde liefdadigheidswerk op het gebied van gezondheidszorg, verpleging en kunsten.
Laatste jaren en nalatenschap
Mary bleef een actieve en invloedrijke figuur binnen de koninklijke familie tot op hoge leeftijd. Zij overleed op 24 maart 1953 op 85‑jarige leeftijd, slechts enkele maanden vóór de kroning van haar kleindochter Elizabeth II. Haar leven en optreden droegen sterk bij aan de moderne identiteit van het Britse koningshuis; zij wordt herinnerd als de krachtige, ceremoniële en loyale koningin-gemalin die de tradities van de monarchie bewaakte en doorgaf aan volgende generaties.