Max Newman: Britse wiskundige, codebreker en pionier van de Manchester-computer

Ontdek Max Newman — Britse wiskundige en codebreker die het Royal Society Computing Machine Laboratory oprichtte en pionierde met de eerste programmeerbare Manchester-computer.

Schrijver: Leandro Alegsa

Maxwell Herman Alexander "Max" Newman, FRS (7 februari 1897 - 22 februari 1984) was een Brits wiskundige en codebreker van Joodse afkomst. Newman speelde een sleutelrol bij de overgang van zuivere wiskunde naar elektronische berekening en was grondlegger van het Royal Society Computing Machine Laboratory aan de Universiteit van Manchester. In dat laboratorium werd in 1948 de eerste werkende, moderne computer met opgeslagen programma's gebouwd: de Manchester Small-Scale Experimental Machine.

Wetenschappelijke achtergrond

Newman was een vooraanstaand wiskundige met een sterke belangstelling voor de fundamenten van de wiskunde en de topologie. Zijn onderzoek en onderwijs legden de basis voor een generatie wiskundigen en informatici die de theoretische problemen van rekenen en algoritmen verder ontwikkelden. Naast zijn vakgebied was hij ervan overtuigd dat mechanische en later elektronische hulpmiddelen grote voordelen konden bieden bij het oplossen van complexe rekenproblemen.

Werk tijdens de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Newman betrokken bij de geheime inspanningen in Bletchley Park, waar Britse cryptanalytici Duitse codes en cijfertaken kraakten. Hij organiseerde en leidde een onderzoeksgroep die gericht was op het mechaniseren van processen voor het ontcijferen van de Lorenz‑cipher (ook wel "Tunny" genoemd). Onder zijn leiding werden concepten en projecten ontwikkeld die uitmondden in vroege rekenmachines voor cryptanalyse, waaronder apparaten zoals de Robinson en uiteindelijk de Colossus — belangrijke stappen in de ontwikkeling van geautomatiseerde elektronische berekening.

Royal Society Computing Machine Laboratory en de Manchester Small-Scale Experimental Machine

Na de oorlog richtte Newman aan de Universiteit van Manchester het Royal Society Computing Machine Laboratory op met als doel onderzoek en constructie van elektronische rekenmachines te bevorderen. Hij bracht wiskundige eisen en praktische engineering bij elkaar door samen te werken met ingenieurs en elektronici, onder wie Frederick C. Williams en Tom Kilburn. Die samenwerking leidde tot de bouw van de Manchester Small-Scale Experimental Machine (SSEM), ook bekend als de "Manchester Baby". De SSEM draaide op 21 juni 1948 succesvol zijn eerste programma en wordt daardoor algemeen erkend als de eerste werkende computer met een intern opgeslagen programma. Een van de belangrijke technische vernieuwingen in dit project was het gebruik van elektronisch geheugen (de "Williams‑tube") om instructies en data op te slaan.

Nalatenschap

Newmans invloed strekt zich uit over zowel de wiskunde als de vroege computerwetenschap. Hij was een brugfiguur die theoretische inzichten combineerde met de praktische ontwikkeling van instrumenten die later de moderne computerindustrie en informatica mogelijk maakten. Het door hem opgerichte laboratorium en de door hem ondersteunde projecten hebben directe invloed gehad op de ontwikkeling van programmabare elektronische computers en op de opleiding van onderzoekers die op hun beurt verder bouwden aan hardware, software en theoretische fundamenten.

Max Newman overleed op 22 februari 1984. Zijn werk wordt herinnerd als een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de computerwetenschap en van de Britse inspanningen tijdens de Tweede Wereldoorlog op het gebied van cryptanalyse en mechanische berekening.



Zoek in de encyclopedie
AlegsaOnline.com - 2020 / 2025 - License CC3