Al-`Askarī of de `Askariyya Mosque/Shrine (Arabisch: مرقد الامامين علي الهادي والحسن العسكري; getranslitereerd: Marqad al-Imāmayn `Alī l-Hādī wa l-Ħassan al-`Askarī) is een belangrijk Shī`a heiligdom in de Iraakse stad Samarra. Samarra ligt ongeveer 60 mijl van Bagdad. Het heiligdom, oorspronkelijk gebouwd in 944, behoort tot de belangrijkste Shīitische bedevaartplaatsen wereldwijd en trekt pelgrims uit Irak en daarbuiten. De beroemde vergulde koepel van het heiligdom werd tijdens een aanslag in februari 2006 verwoest (zie bomaanslag op de al-Askari moskee in 2006).
In het heiligdom liggen de overblijfselen van de tiende en elfde Shī`a Imāms, `Alī l-Hādī en zijn zoon Hassan al-`Askarī, onder de gemeenschappelijke aanduiding "de twee `Askarī's" (al-`Askariyān). Het complex omvat ook een schrijn gewijd aan de Twaalfde of "Verborgen" Imām, Muħammad al-Mahdī. Om die reden heeft het `Askariyya heiligdom een centrale plaats binnen de Twelver-sjiitische religieuze verbeelding en beleeft men er jaarlijkse herdenkingen en ziyārāt. Het heiligdom staat ook bekend onder namen als het "Graf of Mausoleum van de Twee Imāmen", "het Graf van de Imāmen `Alī l-Hādī en Hassan al-`Askarī" en al-Hadhratu l-`Askariyya.
Verder zijn in hetzelfde complex begraven: Hakimah Khatun, zus van `Alī l-Hādī, en Narjis Khatun, die traditioneel als de moeder van Muħammad al-Mahdi wordt beschouwd.
De naam `Askariyya verwijst naar het Arabische woord askar (leger/garnizoen). De Imāms `Alī l-Hādī en Hassan al-`Askarī verbleven in Samarra onder strikte bewaking van de Abbasidische autoriteiten; hun residentie lag dicht bij de militaire garnizoensplaats, waaruit hun bijnaam is afgeleid. Het huidige schrijn dateert uit 944 en werd in de loop der eeuwen meerdere keren uitgebreid en versierd tijdens verschillende dynastieën in de regio.
Architectonisch was het complex bekend om zijn vergulde koepel, twee sierlijke minaretten en rijk versierde binnenruimtes met tegeltableaus, kalligrafie en ornamentaal metaalwerk. Het interieur diende als plaats voor gebed, rouwbijeenkomsten en de ontvangst van pelgrims. Veel van deze decoraties werden bij de aanslagen beschadigd of vernietigd; bij de restauratie werden bewaarde fragmenten hergebruikt waar mogelijk.
De aanslag op 22 februari 2006 op de koepel van de al-`Askari moskee vormde een keerpunt. De explosie waarop de koepel instortte werd toegeschreven aan extremistische aanvallers en leidde tot een scherpe escalatie van sektarisch geweld in Irak. In juni 2007 werden ook de twee minaretten aangevallen en verwoest. De aanvallen hadden niet alleen grote materiële schade tot gevolg, maar veroorzaakten ook grootschalige verplaatsingen en bloedige tegenreacties door gewapende groepen in het hele land.
Na de vernietiging startten herstelwerkzaamheden gefinancierd door de Iraakse overheid en met bijdragen van diverse donoren. De koepel en andere delen van het heiligdom werden in de jaren daarna herbouwd en opnieuw verguld; het complex is sindsdien (onder strikte beveiliging) grotendeels weer open voor pelgrims. Restauratie en beveiliging blijven politiek en sociaal gevoelig vanwege de symbolische betekenis van het heiligdom en de voortdurende spanningen in de regio.
De religieuze betekenis van al-`Askari wordt in Westerse media benadrukt; het tijdschriftTime schreef rond de aanslag in 2006 dat "al-Askari [is] een van de heiligste plaatsen van de Shi'ite Islam". Alleen de heiligdommen van Najaf en Karbala worden doorgaans als belangrijker beschouwd. Het heiligdom geniet historisch gezien ook respect onder veel bewoners van Samarra buiten de sjiitische gemeenschap: zelfs soennitische inwoners van de stad gebruikten uitdrukkingen als 'te zweren bij het heiligdom', wat het gedeelde culturele gewicht van de plaats illustreert.
Tegenwoordig blijft de al-`Askari een centraal punt voor sjiitische devotie, pelgrimstochten en religieuze ceremonies. Vanwege de gevoeligheid van de locatie en de voorgeschiedenis van aanvallen is de toegang en beveiliging streng geregeld; de instandhouding van het heiligdom is een blijvend onderwerp van zowel religieuze als nationale belangstelling.



