Schaak is een term in schaak wanneer de koning van een speler wordt aangevallen. Als de koning schaak staat, moet de speler een manier vinden om de dreiging te stoppen; hij kan die niet zomaar negeren. De speler moet een van deze dingen doen:

  • Sla het schaakstuk (met de koning of een ander stuk).
  • Tussenkomen: een stuk tussen het schaakstuk en de koning plaatsen. Dit werkt alleen als het schaakstuk een langeafstandsstuk is (loper, toren of koningin).
  • Verplaats de koning naar een veld dat niet bedreigd wordt.

Als geen van deze werkt, dan is het geen schaak maar schaakmat.