Stripverhaal is een vorm van visuele vertelkunst waarbij verhalende informatie wordt overgebracht door een reeks afbeeldingen, vaak gecombineerd met tekst. Verhalen in strips zijn opgebouwd uit afzonderlijke panelen die in een vaste leesvolgorde geplaatst worden; het eerste paneel refereert gewoonlijk aan een moment dat eerder plaatsvindt dan het volgende paneel. De samenhang tussen panelen ontstaat door beeld, tekst, lay-out en tijdssprongen.

Vormen en termen

Er bestaan verschillende publicatievormen voor strips. Met strips bedoelt men vaak korte stroken of afleveringen die bijvoorbeeld in kranten of tijdschriften verschijnen. Een stripboek kan verwijzen naar een los nummer of een dun boekje met één of meer verhalen. De term graphic novel wordt doorgaans gebruikt voor langere, zelfstandige verhalen die qua vorm en presentatie dichter bij romans staan, maar terminologie varieert en grenzen zijn niet scherp.

In Japan vormen strips een van de grootste populaire media; de Japanse traditie heeft een eigen industriële structuur en stijlen. Het Japanse woord voor deze strips is manga, een term die internationaal gebruikt wordt om naar Japanse strips te verwijzen. Leesrichting, productiemethodes en genres kunnen per cultuur verschillen.

Beeld en tekst

In strips wordt gesproken taal meestal weergegeven door middel van tekst en tekstvakken. Het gebruik van spraak in beelden kent conventies: dialoog verschijnt vaak in tekstballonnen, gedachten in gedachteballonnen en luide kreten in speciale, vaak hoekige of getand weergegeven ballonnen. Daarnaast spelen geluidseffecten (onomatopeeën), typografie en beeldcompositie een belangrijke rol bij de interpretatie van actie en emotie.

Geschiedenis en ontwikkeling

De vroegste populaire stripverhalen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten ontstonden in de 19e en vroege 20e eeuw en hadden aanvankelijk vaak een humoristisch karakter. Het Engelse woord "comic" verwees oorspronkelijk aan het grappige karakter van die strips; later bleef de term in gebruik ook voor serieuze en literaire werken. In verschillende landen ontwikkelden zich eigen tradities — van de Amerikaanse comic naar de Europese bande dessinée en de Japanse manga — elk met eigen genres, publicatiemodellen en esthetische normen.

Productie en betrokkenen

  • Scenarist: bedenkt het verhaal en schrijft de dialogen.
  • Tekenaar: schetst en tekent de panelen en personages.
  • Inkleuren en letteren: inkleurders en letteraars voegen kleur en tekstlay-out toe; bij kleine producties doet één persoon vaak meerdere taken.
  • Redactie en uitgeverij: beslissen over vormgeving, distributie en rechten.

Genres en publiek

Strips bestrijken een breed scala aan genres: humor, avontuur, superhelden, historische verhalen, biografieën, wetenschap, educatie en experimentele of kunstzinnige werken. Sommige strips richten zich op kinderen, andere op adolescenten of volwassenen; in veel landen bestaan gespecialiseerde magazines en secties voor verschillende doelgroepen.

Lezen en ontwerpprincipes

Belangrijke ontwerpaspecten zijn panelindeling, het gebruik van witruimte (de zogenaamde 'gutter'), overgangstechnieken tussen panelen, perspectief en kleurgebruik. Kunstenaars gebruiken visuele middelen — bijvoorbeeld herhaling, kaders met verschillende grootte, of een 'splash page' — om tempo, dramatiek en aandacht te sturen.

Cultuur en economie

Strips spelen een rol in populaire cultuur, onderwijs en mediafranchises; succesvolle titels kunnen vertaald worden, worden verfilmd of leiden tot merchandising. De markt omvat losse afleveringen, bundelingen, albums en digitale publicaties. Economische omstandigheden, auteursrechten en distributieplatforms beïnvloeden hoe makers betaald worden en hoe werken beschikbaar zijn.

Nadere opmerkingen

Terminologie en classificatie van strips verschillen per taal en regio. De begrippen in dit artikel zijn algemeen en beschrijven hoofdlijnen; specifieke definities kunnen variëren afhankelijk van vakgebied, taal en publicatiepraktijk.