De machtigingswet (Ermächtigungsgesetz in het Duits) werd op 23 maart 1933 aangenomen door het Duitse parlement (de Rijksdag). Het was de tweede grote stap na het Reichstagbranddecreet waarmee de nazi's met grotendeels wettelijke middelen dictatoriale bevoegdheden verkregen. De wet stelde kanselier Adolf Hitler en zijn kabinet in staat om wetten uit te vaardigen zonder inspraak van de Rijksdag.

De formele naam van de machtigingswet was Gesetz zur Behebung der Not von Volk und Reich ("wet tot herstel van de nood van het volk en het Rijk").