Vrijheid van angst is een fundamenteel mensenrecht. Dit recht werd door de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt genoemd als een van de vier vrijheden die mensen overal ter wereld zouden moeten hebben. Roosevelt presenteerde de Vier Vrijheden op zijn State of the Union van 6 januari 1941, die daarom ook wel de Four Freedoms Speech wordt genoemd.
Dit recht maakt, net als de andere drie van de vier vrijheden van Roosevelt, deel uit van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aanvaard. Vrijheid van angst is vastgelegd in de inleiding van de VN-Verklaring.
In zijn toespraak beschreef Roosevelt zijn vierde recht als volgt:
De vierde is het vrij zijn van angst, wat, vertaald in wereldtermen, een wereldwijde vermindering van de bewapening betekent tot zo'n punt en op zo'n grondige manier dat geen enkele natie in staat zal zijn om een daad van fysieke agressie te plegen tegen een buurman, waar dan ook ter wereld.
-Franklin D. Roosevelt, 6 januari 1941
In 1943 schilderde Norman Rockwell zijn werk Freedom from Fear, een van de vier schilderijen die hij maakte op Roosevelts Four Freedoms.
Aung San Suu Kyi heeft dit recht vele malen genoemd in toespraken en schreef in 1991 een boek met de titel Freedom From Fear on it. Ook de historicus David M. Kennedy liet zich door rechts inspireren en bracht in 1991 zijn boek uit met de titel Freedom From Fear: The American People in Depression and War, 1929-1945.

