Scharniertanden maken deel uit van de binnenzijde van de schelp van een tweekleppig weekdier. Tweekleppigen hebben per definitie twee kleppen (delen van de schelp). Zij zijn met elkaar verbonden door een sterk en soepel ligament op de scharnierlijn aan de dorsale (bovenste) rand van de schelp.

In levenden lijve moet de schelp iets open kunnen gaan om de voet en de sifons te laten uitsteken, en dan weer sluiten, zonder dat de kleppen uit hun loodrechte stand ten opzichte van elkaar bewegen. Om dit mogelijk te maken, hebben de twee kleppen meestal scharniertanden (het "gebit"). Net als het ligament staan de scharniertanden langs de scharnierlijn van de schelp.

Bij de meeste families zijn de twee kleppen van de schelp langs de scharnierlijn bijna perfect symmetrisch met elkaar, hoewel de plaatsing en de vorm van de tanden bij de linkerklep en de rechterklep iets kunnen verschillen zodat de twee kleppen goed op elkaar passen.

Elke groep tweekleppigen neigt ertoe onderscheidende scharniertanden te hebben. Daarom is een onderzoek van de scharniertanden in een tweekleppige schelp vaak essentieel voor de identificatie en classificatie.