De hypermodernen waren een school van schakers die enkele principes van schaakopeningen wilden heroverwegen. De naam werd hen gegeven door de Pools-Franse grootmeester Tartakower.
Het kernidee was, als reactie op de oudere ideeën van SiegbertTarrasch, om de controle over het centrum met subtielere methoden te betwisten. Terwijl de oude theorie was om het centrum onmiddellijk met twee of drie pionnen te bezetten, concentreerden de hypermodernen zich meer op het aanvallen van het centrum van de tegenstander. Een karakteristieke eerste zet was 1Nf3 met wit, of 1...Nf6 met zwart, vooral als antwoord op 1d4. Op 1e4 gaven ze de voorkeur aan een asymmetrische verdediging zoals 1...e6 of 1...c5 in plaats van het klassieke antwoord 1...e5.
Nimzovich was de oprichter, en Alekhine, Tartakower, Réti, Grünfeld, en Bogolyubov namen allen deel. Allen waren topgrootmeesters in de jaren 1920 en 1930. Verscheidene moderne openingen danken hun populariteit aan deze groep: Alekhine's Verdediging (1e4 Nf6); Réti's Opening (1Nf3); de Koningsindische Verdediging (1d4 Nf6 2c4 g6 3Nc3 Bg7); de Grünfeld Verdediging (1d4 Bf6 2c4 g6 3Nc3 d5) en de Moderne Verdediging (1...g6). p178