Inflatie betekent dat het algemene prijspeil omhoog gaat, het tegenovergestelde van deflatie. Er zal meer geld betaald moeten worden voor goederen (zoals een brood) en diensten (zoals een knipbeurt bij de kapper). Economen meten regelmatig de inflatie om te weten hoe de economie ervoor staat. Inflatie verandert de verhouding tussen geld en goederen of diensten; er is meer geld nodig om dezelfde hoeveelheid van een goed of dienst te krijgen, of met dezelfde hoeveelheid geld krijgt men een lagere hoeveelheid van een goed of dienst. Economen hebben bepaalde klantenkorven gedefinieerd om de inflatie te kunnen meten. Er kunnen positieve en negatieve effecten van inflatie zijn.