De moord op aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk, troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, en zijn vrouw Sophie, hertogin van Hohenberg, vond plaats op 28 juni 1914 in Sarajevo. Zij werden doodgeschoten door Gavrilo Princip.
Princip was één van een groep van zeven moordenaars (vijf uit Servië en één uit Bosnië). De leider was Gavrilo Princip, een lid van het geheime genootschap van de Zwarte Hand. De politieke reden voor de moord was het afbreken van de Zuid-Slavische provincies van Oostenrijk-Hongarije zodat ze konden worden samengevoegd tot een nieuw land, Joegoslavië.
Dit leidde eind juli 1914 tot het uitbreken van de oorlog in Europa. Oostenrijk-Hongarije verklaarde de oorlog aan Servië. De bondgenoten van beide landen raakten bij de oorlog betrokken.