Pectoralis major (grote borstspier) — anatomie, functie en oefeningen

Ontdek anatomie, functie en effectieve oefeningen voor de pectoralis major (grote borstspier). Tips voor kracht, vorm en herstel.

Schrijver: Leandro Alegsa

De pectoralis major is een dikke, waaiervormige spier aan de voorzijde van de borstkas. Zij vormt het grootste deel van de borstspieren en ligt direct onder de huid en het vetweefsel van de borst. In de sport en bij bodybuilding worden de borstspieren vaak aangeduid als "pecs" of simpelweg "borstspier", omdat het de grootste oppervlaktespier in de borststreek is.

Anatomie

De pectoralis major bestaat uit drie delen die qua oorsprong en functie iets verschillen:

  • Claviculaire deel (bovenste vezels): ontspringt van het mediale derde deel van het sleutelbeen.
  • Sternale deel (middelste vezels): ontspringt van het borstbeen (sternum) en de kraakbeenverbindingen van de bovenste ribben.
  • Abdominaal deel (onderste vezels): ontspringt van de aponeurose van de rectus abdominis.

Alle vezels lopen samen naar een gemeenschappelijke aanhechting op de laterale lip van de crista tuberculi majoris van de humerus. De spier overlapt en werkt samen met de pectoralis minor, de serratus anterior en spieren van de schoudergordel.

Functie

  • Adductie van de humerus: de arm naar het midden van het lichaam brengen (bijv. sluiten van de armen voor het borstbeen).
  • Endorotatie (mediale rotatie) van de bovenarm.
  • Flexie van de humerus (vooral het claviculaire deel draagt bij aan het naar voren tillen van de arm).
  • Het sternal-abdominale deel kan helpen bij depressie en protractie van het schouderblad en functioneert bij forcerende uitademing (accessoire ademhalingsspier).

Innervatie en bloedvoorziening

  • Innervatie: via de mediale en laterale pectorale zenuwen (wortels C5–T1). De laterale pectorale zenuw innerveert vooral het claviculaire deel; de mediale pectorale zenuw geeft vaak takken naar het sternal-abdominale deel en de pectoralis minor.
  • Bloedtoevoer: voornaamste vaten zijn takken van de thoracoacromiale arterie en de laterale thoracale arterie; ook perforerende takken van de interne thoracale arterie dragen bij.

Veelvoorkomende oefeningen

Voor functionele kracht en hypertrofie worden verschillende oefenvarianten gebruikt. Belangrijk is de juiste techniek en scapulaire stabiliteit om schouderklachten te voorkomen.

  • Bench press (barbell) — vlakke, incline (schuine) en decline varianten; grote compound-oefening voor kracht en massa.
  • Dumbbell press — biedt grotere bewegingsvrijheid en rek van de spiervezels.
  • Push-ups — basislichaamsgewichtsoefening die goed is voor functionele controle.
  • Chest flyes (dumbbell of kabel) — richten zich meer op rek en isolatie van de borstspier.
  • Dips (voorovergebogen) — werken de onderste vezels van de pectoralis major intensief.

Trainen: praktische tips

  • Begin met compound-oefeningen (presses) om kracht en algemene massa op te bouwen, voeg daarna isolatie-oefeningen (flyes) toe voor vorm en detaillering.
  • Varieer hoek (incline/decline) om alle delen van de spier gelijkmatig te belasten.
  • Let op scapulaire retractie en depressie tijdens presses; een stabiele basis voorkomt overbelasting van de schouder.
  • Gebruik progressieve overbelasting (geleidelijke verhoging van gewicht of volume) en voldoende hersteltijd tussen trainingen.
  • Let op de mind–muscle connection: gecontroleerde uitvoering en een volledige bewegingsuitslag geven vaak betere activatie dan alleen zware gewichten.

Blessures en revalidatie

Veelvoorkomende problemen zijn verrekkingen (strain), ontsteking van peesaanhechtingen en in zeldzame gevallen een ruptuur van de pees van de pectoralis major (vaak bij explosieve, zware presses). Symptomen van ernstigere schade kunnen plotselinge pijn, zwelling, misvorming of verminderde kracht zijn.

  • Bij lichte klachten: rust, ijs en een gefaseerde oefentherapie met focus op mobiliteit en later progressieve versterking.
  • Bij vermoeden van peesruptuur: direct medisch onderzoek (echografie/MRI). Een volledige ruptuur vereist soms chirurgische reinsertie, gevolgd door langdurige revalidatie.
  • Preventie: goede warming-up, techniektraining, graduele progressie en evenwichtige training van antagonisten (romp- en rugspieren).

Rekken en mobiliteit

  • Deuropening stretch: sta in een deuropening met de armen in 90° abductie en leun voorzichtig naar voren voor een diepe stretch van de borstspieren.
  • Foamrolling en zachte weefseltechnieken kunnen helpen bij myofasciale spanning.

Anatomische varianten en klinische opmerkingen

  • Sommige mensen hebben een sternalis-spier (variatie) die parallel aan de pectoralis major kan lopen; dit is meestal klinisch onschuldig maar kan radiologisch opvallen.
  • Poland-syndroom is een zeldzame aangeboren afwijking met hypoplasie of afwezigheid van de pectoralis major aan één zijde.

Samengevat is de pectoralis major een belangrijke spier voor armbewegingen richting het lichaam, mediale rotatie en voor veel duwbewegingen die zowel in dagelijks leven als in sport en training voorkomen. Een evenwichtige benadering van kracht, mobiliteit en techniek voorkomt blessures en verbetert functionele prestaties.

Spieren op de bovenkant van de borst en de voorkant van de arm  Zoom
Spieren op de bovenkant van de borst en de voorkant van de arm  



Zoek in de encyclopedie
AlegsaOnline.com - 2020 / 2025 - License CC3