Het predikaat in de traditionele grammatica is het tweede deel van een clausule of zin, waarbij het eerste het onderwerp is. Een predikaat vult een idee aan over het onderwerp, zoals wat het doet of hoe het is.

Ze danst. - alleen-woordelijk predikaat

Ben leest het boek. - werkwoord + predikaat direct object

Ben's moeder, Felicity, gaf me een cadeautje. - werkwoord + indirect object + direct object predikaat

Ze luisterde naar de radio. - werkwoord + voorzetselvoorwerp-predicaat

Ze hebben hem tot president gekozen. - werkwoord + object + predikaat zelfstandig naamwoord

Ze ontmoette hem in het park. - werkwoord + object + adjunct-predicaat

Ze is in het park. - werkwoord + predikaat van het voorzetsel

Het predikaat geeft informatie over het onderwerp.

Predicate tree 1

Het onderwerp NP wordt in het groen weergegeven, en het predicaat VP in het blauw.

Er is een heel andere theorie van de zinsbouw, de zogenaamde afhankelijkheidsstructuur-grammatica. Dit zet het eindwerkwoord (= geconjugeerd werkwoord) als de stam van alle zinsbouw. Het verwerpt de binaire NP-VP-deling.