Random Forest (statistisch algoritme): clustering en probabilistische groepering
Ontdek hoe Random Forest effectief clustert en probabilistische groepering biedt voor grote datasets met veel variabelen — nauwkeurige, schaalbare data-analyse.
Random forest is een statistisch algoritme dat oorspronkelijk wordt gebruikt voor supervised taken (classificatie en regressie), maar ook technieken biedt om gegevenspunten te groeperen en probabilistische toewijzingen te geven. Het algoritme bestaat uit een ensemble van decision trees: elke boom wordt getraind op een bootstrap‑sample van de data en de uiteindelijke voorspelling is een aggregatie (bijv. meerderheidstem of gemiddelde) van die bomen.
Wat bedoelen we met probabilistische groepering?
Bij classificatie levert een Random Forest niet alleen een harde klasselabel, maar vaak ook een kansverdeling over de mogelijke klassen. Die probabiliteit wordt meestal berekend als het aandeel van de bomen dat voor een bepaalde klasse stemt (bijvoorbeeld 70% van de bomen kiest klasse A → kans ≈ 0,7). Deze probabilistische output is nuttig wanneer je onzekerheid wilt kwantificeren, of wanneer beslissingen afhangen van een drempelwaarde in plaats van een harde toewijzing.
Clustering met Random Forest (onafhankelijke groepering)
Hoewel Random Forest primair supervised is, bestaan er manieren om het voor clustering in te zetten:
- Proximity‑matrix: tijdens het bouwen van de bomen kun je bijhouden hoe vaak twee observaties in dezelfde terminal node (blad) belanden. Het genormaliseerde aantal keren vormt een proximity‑score: hogere scores betekenen sterkere gelijkenis. Deze matrix kun je vervolgens gebruiken met klassieke clusteringmethoden (bijv. hiërarchische clustering) of multidimensionale schaalverdeling (MDS) voor visualisatie.
- Unsupervised Random Forest: een gangbare truc is synthetische data te genereren (bijv. door per variabele te permuteren of te sampelen uit marginale verdelingen), daarna een RF te trainen om echte versus synthetische observaties te onderscheiden. De proximities tussen echte observaties uit deze RF kunnen dan gebruikt worden voor clustering.
- Outlier‑detectie en structuurherkenning: observaties met lage gemiddelde proximity tot alle anderen kunnen wijzen op afwijkingen; clusters verschijnen als groepen met hoge onderlinge proximity.
Belangrijke eigenschappen en parameters
- n_estimators (aantal bomen): meer bomen reduceert variantie en stabiliseert probabiliteiten; typisch 100–1000, afhankelijk van datasetgrootte en rekentijd.
- max_features: bepaalt hoeveel variabelen iedere split overweegt. Een kleinere waarde verhoogt variatie tussen bomen en kan overfitting verminderen bij veel variabelen.
- oob_score (out‑of‑bag): biedt een bijna‑onafhankelijke schatting van de generalisatiefout zonder aparte validatieset. OOK bruikbaar om probabiliteiten en fouten te beoordelen.
- variable importance: Random Forest geeft vaak indicatoren welke features belangrijk zijn (bv. mean decrease in impurity of permutation importance), wat helpt bij interpretatie en feature‑selectie.
Voordelen
- Robuust tegen ruis en overfitting door ensemble‑strategie (bagging).
- Geschikt voor zowel continue als categorische variabelen; vaak weinig preprocessing vereist (schaalgeving meestal niet noodzakelijk).
- Kan hoge‑dimensionale data aan, geeft feature‑importance en betrouwbare probabilistische output (voor supervised toepassingen).
- Proximity‑gebaseerde clustering kan verborgen structuur en outliers zichtbaar maken zonder expliciete afstandsmaat in de oorspronkelijke ruimte.
Beperkingen en aandachtspunten
- Interpretatie: individuele bomen zijn interpreteerbaar, maar het hele ensemble minder; uitleggen waarom een model exact een kans geeft kan lastig zijn.
- Bias met ongelijke klassen: ongebalanceerde data kunnen leiden tot bevooroordeelde voorspellingen; technieken zoals class weighting of resampling kunnen nodig zijn.
- Feature‑importance kan misleidend zijn bij sterk gecorreleerde variabelen (géén gelijkwaardige verdeling van importance over correlatiegroepen).
- Clustering via proximity is indirect en kan afhankelijk zijn van keuze van parameters en eventuele synthetische verdelingen; resultaten moeten gevalideerd en geïnterpreteerd worden met domeinkennis.
Praktische tips
- Gebruik out‑of‑bag schattingen om snel modelkwaliteit te beoordelen zonder extra validatieset.
- Voor probabilistische beslissingen controleer calibration (bijv. reliability plots) en overweeg kalibratiemethoden als de kansen niet goed overeenkomen met de werkelijke frequenties.
- Bij clustering: normaliseer of transformeer features wanneer schalen die de structuur kunnen domineren; experimenteer met max_features en n_estimators en valideer clusters met interne (silhouette) en externe maatstaven (indien labels beschikbaar).
- Zet een vaste random seed (random_state) voor reproduceerbare resultaten.
Toepassingen
Random Forest wordt breed toegepast in biologie (biomarker‑detectie), remote sensing (landgebruikclassificatie), kredietrisico‑modellen, fraudedetectie en vele andere domeinen. De proximiteitsmethode wordt vaak gebruikt om klantsegmenten te ontdekken, subgroepen in medische data te vinden of om complexe high‑dimensional datasets visueel te onderzoeken.
Samengevat: Random Forest is een veelzijdig algoritme dat zowel betrouwbare probabilistische outputs geeft bij supervised taken als, via proximities en unsupervised varianten, gebruikt kan worden om gegevenspunten te clusteren en structuur in de data te onthullen. Begrip van de onderliggende parameters en validatie van de resultaten zijn essentieel voor juiste toepassing en interpretatie.
Stappen van het algoritme
Zo vindt de clustering plaats.
- Van alle gegevens wordt een subset genomen (trainingsset).
- Het algoritme clustert de gegevens in groepen en subgroepen. Als u lijnen zou trekken tussen de gegevenspunten in een subgroep, en lijnen die subgroepen verbinden tot groep enz. zou de structuur enigszins lijken op een boom. Dit wordt een beslisboom genoemd.
- Bij elke splitsing of knooppunt in dit cluster/boom/dendrogram worden door het programma willekeurig variabelen gekozen om te beoordelen of datapunten een nauwe relatie hebben of niet.
- Het programma maakt meerdere bomen a.k.a. een bos. Elke boom is anders omdat voor elke splitsing in een boom, variabelen willekeurig worden gekozen.
- Vervolgens wordt de rest van de dataset (niet de trainingsset) gebruikt om te voorspellen welke boom in de bossen de beste classificatie maakt van de datapunten (in de dataset is de juiste classificatie bekend).
- De boom met de meeste voorspellende kracht wordt door het algoritme als output getoond.
Met behulp van het algoritme
In een random forest-algoritme kan het aantal gegroeide bomen (ntree) en het aantal variabelen dat bij elke splitsing wordt gebruikt (mtry) met de hand worden gekozen; voorbeeldinstellingen zijn 500 bomen, 71 variabelen.
Zoek in de encyclopedie