Samen met haar broers, de heilige Willibald en de heilige Winibald, reisde zij naar Francia (nu Württemberg en Frankenland) om haar oom, de heilige Bonifatius, te helpen bij het evangeliseren onder de Germanen. Zij werd opgeleid door de nonnen van Winborne Abbey, Dorset, waar zij zesentwintig jaar verbleef. Dankzij haar strenge opleiding was zij later in staat de biografie van de heilige Winibald te schrijven en een verslag in het Latijn van de reizen van de heilige Willibald in Palestina. Haar wordt vaak toegeschreven dat zij de eerste vrouwelijke auteur was van zowel Engeland als Duitsland.
Zij werd non en leefde in het dubbelklooster Heidenheim am Hahnenkamm bij Eichstätt, dat gesticht was door haar broer, Willibald. Na zijn dood in 751 werd zij abdis. Walburga stierf op 25 februari 777 of 779 en werd in Heidenheim begraven. In de jaren 870 werden haar stoffelijke resten naar Eichstätt overgebracht.
In Eichstätt werden haar beenderen in een rotsachtig gat in de muur gelegd. De botten begonnen, naar men zei, een wonderbaarlijke therapeutische olie te produceren. Hierdoor kwamen de mensen naar haar heiligdom.
De vroegste afbeelding van Walpurga dateert uit het begin van de 11e eeuw. Het komt uit de Hitda Codex, die in Keulen werd gemaakt. Het toont haar terwijl ze gestileerde graanhalmen vasthoudt. Het graan kan worden gezien als een voorbeeld van waar een christelijke heilige (Walpurga) het overnam van een ouder heidens concept, in dit geval van de Graanmoeder.
Walpurga is de patrones van Eichstätt, Antwerpen, Oudenaarde, Veurne, Groningen, Zutphen en andere steden in de Lage Landen.