Zaagvissen (Pristidae): kenmerken, levenswijze en soorten
Zaagvissen (Pristidae): ontdek hun unieke zaagachtige snuit, levenswijze, habitat en soorten — van kleine tot indrukwekkende exemplaren die tot 7 meter kunnen bereiken.
De zaagvissen behoren tot de familie van de roggen die een lang lichaam hebben, zoals een haai. Een kenmerk dat een zaagvis van andere roggen onderscheidt, is zijn lange, zaagachtige snuit. Aan weerszijden van dit rostrum zitten kleine tandjes als een zaag.
Zaagvissen hebben een mond, neusgaten en kieuwspleten onder hun lichaam, net als roggen. Ook hun borstvinnen zijn vergroot, net als die van een rog. Net als roggen zuigen ze, als ze zich op de bodem vestigen, water in via twee spirakels net achter de ogen. Zo krijgen ze water voor de kieuwen, zonder zand.
Verscheidene soorten kunnen tot ongeveer 7 meter of 23 voet hoog worden.
Kenmerken
Zaagvissen zijn direct herkenbaar aan het lange, platte rostrum (de “zaag”). Belangrijke kenmerken:
- Rostrum: lang en zijdelings afgeplat met regelmatige tandjes langs beide randen; gebruikt als vang- en verdedigingswapen en als zintuigorgaan.
- Lichaamsbouw: afgeplatte borst en brede borstvinnen, achterlijf meestal slanker en met een staartvin vergelijkbaar met haaien en roggen.
- Zintuigen: ampullen van Lorenzini (elektroreceptoren) op en rond het rostrum en de snuit helpen prooien onder sediment te detecteren.
- Kleur en grootte: variëren per soort; volwassen zaagvissen kunnen enkele meters lang worden, bij sommige soorten tot circa 7 m.
Levenswijze en gedrag
Zaagvissen zijn meestal bodembewoners die voorkomen in ondiepe kustwateren, mangroves en soms mondingen en rivieren. Hun gedrag kenmerkt zich door:
- Voeding: ze jagen op vissen, schaaldieren en andere bodemorganismen. Het rostrum wordt gebruikt om prooien op te rollen of om in de bodem te zwenken en zo prooien bloot te maken of te doden.
- Jachttechniek: korte zwaaien met de zaag of stoten om individuele vissen te verdoven of te verwonden; daarnaast tast het rostrum de omgeving af op elektrische signalen.
- Sociabiliteit: sommige soorten zijn solitair, andere worden soms in kleine groepen gezien, vooral jonge dieren in beschutte gebieden.
- Dag-nachtritme: veel zaagvissen zijn actief tijdens schemer en nacht, maar voedselrijkdom en temperatuur beïnvloeden hun activiteit.
Voortplanting
Zaagvissen zijn levendbarend (vivipaar): de jongen ontwikkelen zich binnen het moederlijke lichaam en worden als volledig gevormde jongen ter wereld gebracht. Het aantal jongen per worp en de draagtijd verschillen per soort; moederdieren zorgen in de vroege fase voor de jongen tot ze zelfstandig genoeg zijn.
Verspreiding en habitat
Zaagvissen komen wereldwijd voor in tropische en subtropische wateren. Ze bewonen voornamelijk:
- kustwateren en ondiepe zeegebieden,
- estuaria en mangrovebossen,
- soms zoetwatergebieden en rivieren (bij bepaalde soorten).
Door hun voorkeur voor ondiepe, beschutte gebieden zijn ze gevoelig voor veranderingen aan de kustlijn en verlies van mangrove- en rivierhabitat.
Bedreigingen en bescherming
Veel zaagvissoorten zijn sterk bedreigd. Belangrijke oorzaken van achteruitgang:
- bijvangst in visnetten en trawls, waarbij het rostrum gemakkelijk blijft haken,
- habitatverlies door landaanwinning, vervuiling en vernietiging van mangroves en estuaria,
- gericht vissen op het rostrum of verhandelen van delen als curiosa of medicinale producten.
Als gevolg hiervan staan meerdere soorten op internationale beschermingslijsten en zijn er regionale beschermingsmaatregelen en vangstverboden. Zaagvissen worden ook genoemd in internationale verdragen en lokale beschermingsprogramma’s om populaties te herstellen.
Soorten en herkenning
De groep bevat enkele geslachten, waarvan Pristis en Anoxypristis de bekendste zijn. Bekende voorbeelden zijn onder andere Anoxypristis cuspidata en verschillende Pristis-soorten (bijv. Pristis pristis, Pristis pectinata en Pristis zijsron). Soorten verschillen in lengte van het rostrum, aantal en vorm van tandjes en voorkeur voor zout- of brakwater.
Wat te doen bij een waarneming
- Houd afstand: raak het dier niet aan, het rostrum kan gevaarlijk zijn en het dier raakt gemakkelijk gestrest.
- Noteer locatie en omstandigheden en meld de waarneming bij lokale natuurbeschermingsinstanties als dit gevraagd wordt.
- Bij gestrande of gewonde dieren: bel de lokale reddings- of natuurbeschermingsorganisatie in plaats van zelf te handelen.
Zaagvissen spelen een belangrijke rol in kustecosystemen, maar hebben menselijke bescherming nodig om te overleven. Inzicht in hun biologie en het verminderen van bijvangst en habitatverlies zijn cruciaal voor hun behoud.
Rostrum
Het meest opvallende kenmerk van de zaagvis is het zaagachtige rostrum. Het rostrum is bedekt met bewegingsgevoelige en elektrogevoelige poriën. Hierdoor kunnen zaagvissen bewegingen en zelfs de hartslag van prooien die zich onder de oceaanbodem verbergen, detecteren. Het rostrum dient als een graafwerktuig om begraven schaaldieren op te graven.
Als een geschikte prooi voorbij zwemt, springt de normaal lethargische zaagvis van de bodem en hakt erop in met zijn zaag. Hierdoor wordt de prooi meestal voldoende verdoofd of verwond, zodat de zaagvis hem kan verslinden. Zaagvissen verdedigen zich ook met hun rostrum, tegen roofdieren zoals haaien en binnendringende duikers. De "tanden" die uit het rostrum steken, zijn geen echte tanden, maar aangepaste tandachtige structuren, denticles genaamd.
Zoek in de encyclopedie