Wat is gedragseconomie? Definitie, principes en voorbeelden
Ontdek gedragseconomie: heldere definitie, kernprincipes en concrete voorbeelden die verklaren waarom mensen irrationeel beslissen — praktisch en inzichtelijk.
Gedragseconomie is een kleiner onderdeel van de economie dat wat we weten over psychologie combineert met wat we weten over economie. Normaal gesproken houdt de economie geen rekening met de manier waarop mensen werkelijk denken, maar vereenvoudigt zij in plaats daarvan de besluitvorming om economische modellen begrijpelijker te maken. Dit is echter geen volledig beeld van hoe de wereld, en de economie, werkelijk werkt. Normaal gesproken gaan economen ervan uit dat mensen rationeel zijn, wat betekent dat zij op het juiste moment goede beslissingen nemen en daarbij alle informatie gebruiken. In het echte leven doen mensen dit niet. Ze hebben problemen met zelfbeheersing, problemen met tijd, en maken verschillende keuzes afhankelijk van hoe beslissingen aan hen worden gepresenteerd. Gedragseconomen kijken naar de wereld gegeven problemen en beperkingen die het gevolg zijn wanneer echte mensen worden geconfronteerd met beslissingen.
Wat is het verschil met klassieke economie?
De klassieke (neoklassieke) economie gaat vaak uit van het idee van de homo economicus: een beslisser die volledig rationeel is, alle informatie verwerkt en altijd kiest wat zijn nut maximaliseert. Gedragseconomie erkent dat mensen systematisch afwijken van dat ideaalbeeld. In plaats van te veronderstellen dat afwijkingen alleen onverwachte ruis zijn, bestudeert gedragseconomie welke soorten fouten en voorspelbare biais mensen maken en hoe die consequenties hebben voor markten, beleid en persoonlijke keuzes.
Kernprincipes en veelvoorkomende begrippen
- Beperkte rationaliteit (bounded rationality): mensen kunnen niet alle informatie verwerken of elke mogelijke uitkomst doorrekenen, dus gebruiken ze vuistregels.
- Heuristieken en biases: eenvoudige denkregels (heuristieken) helpen beslissen, maar leiden soms tot systematische fouten, zoals bevestigingsvooroordeel of beschikbaarheidsheuristiek.
- Prospecttheorie en verliesaversie: mensen ervaren verliezen doorgaans sterker dan even grote winsten; verliezen wegen zwaarder dan winsten.
- Framing en context: de manier waarop keuzes gepresenteerd worden (kader of frame) beïnvloedt beslissingen—bijvoorbeeld 90% kans op overleven klinkt anders dan 10% kans op sterven.
- Ankeren: mensen laten zich vaak leiden door een eerste aangeboden getal of referentiepunt, ook al is dat irrelevant.
- Tijdvoorkeuren en present bias: mensen hebben de neiging om onmiddellijke beloningen te prefereren boven grotere, latere beloningen (zelfbeheersingsproblemen).
- Sociale voorkeuren: mensen houden rekening met eerlijkheid, sociale normen en status, niet alleen met eigen nut.
- Nudging: kleine ontwerpkeuzes in de omgeving die mensen subtiel sturen richting betere of meer gewenste uitkomsten zonder hun keuzevrijheid weg te nemen.
Praktische voorbeelden en toepassingen
- Pensioensparen en automatische inschrijving: door werknemers standaard in een pensioensysteem in te schrijven (met optie om zich uit te schrijven) stijgt de deelname aanzienlijk. Dit is het principe achter het succesvolle "Save More Tomorrow"-programma.
- Standaardinstellingen (defaults): bijvoorbeeld organendonatie: landen met een opt-out-systeem (iedereen is donor tenzij men zich afmeldt) hebben veel hogere donorkaraktercijfers dan opt-in-landen.
- Gezondheidsbevordering: gezonde producten prominenter aanbieden of promoties gebruiken die gezonde keuzes aantrekkelijker maken kan gedrag veranderen (bijv. fruit op ooghoogte in kantines).
- Marketing en prijszetting: anchoring door een hogere "aanbevelingsprijs" te tonen, of framing (korting vs. toeslag) beïnvloedt koopbeslissingen.
- Publiek beleid: belastingherinneringen die de sociale norm benadrukken (“9 van de 10 buren betalen op tijd”) verhogen naleving.
- Financieel gedrag: tools zoals automatische overschrijvingen, spaarpotjes en “trage” bevestigingsstappen helpen impulsief uitgeven te verminderen.
Methode en bewijs
Gedragseconomen gebruiken een mix van methoden:
- Laboratoriumexperimenten om mechanismen en biases gecontroleerd te bestuderen.
- Veldexperimenten en gerandomiseerde gecontroleerde proeven (RCT's) die interventies in echte omstandigheden testen.
- Observatie van gedrag in data (bijv. transactiedata, online A/B-tests).
- Psychologische metingen en enquêtes om voorkeuren en percepties te meten.
Door deze methoden te combineren kan gedragseconomie zowel causale verklaringen leveren als toepasbare oplossingen ontwerpen.
Kritiek en beperkingen
- Paternalismedebat: nudges veranderen gedrag vaak zonder expliciete overtuiging van de persoon — sommigen zien dit als betuttelend (paternalistisch).
- Generaliseerbaarheid: bevindingen uit laboratoria of specifieke veldexperimenten werken niet altijd gelijk in andere culturen of contexten.
- Complexiteit van oorzaken: gedrag heeft vaak meerdere oorzaken; een succesvolle nudge kan symptoomverlichting bieden zonder onderliggende problemen op te lossen.
- Repliceerbaarheid: niet alle gevonden effecten zijn in alle studies even robuust; daarom is replicatie en contextanalyse belangrijk.
Belangrijke namen
- Daniel Kahneman en Amos Tversky — pioniers van heuristics en prospecttheorie.
- Richard Thaler — werkte veel met praktische toepassingen en won de Nobelprijs voor economie voor bijdragen aan gedragseconomie.
- Andere bijdragers: George Akerlof, Sendhil Mullainathan, Ernst Fehr, en vele onderzoekers die theorie en beleid verbinden.
Tips voor toepassen in praktijk
- Maak de gewenste keuze gemakkelijk: gebruik standaarden of automatische instellingen waar gepast.
- Vereenvoudig informatie: minder, duidelijke keuzes helpen mensen betere beslissingen te maken.
- Speel in op sociale normen: laat zien wat anderen doen om gewenst gedrag te stimuleren.
- Let op framing: presenteer voor- en nadelen op een manier die informatieve maar niet misleidend is.
- Test en meet: ontwerp kleine experimenten (A/B-tests) om te zien of een interventie daadwerkelijk werkt in jouw context.
Samenvattend: gedragseconomie verbindt psychologische inzichten met economische vraagstukken om realistischer te begrijpen hoe mensen beslissen. Het biedt zowel verklaringen voor afwijkend gedrag als praktische instrumenten (zoals nudges en default-opties) om betere uitkomsten te bevorderen, maar vereist zorgvuldige toepassing, testen en aandacht voor ethische overwegingen.
Geschiedenis
De studie van gedragseconomie begon zich echt te ontwikkelen in het midden en tegen het einde van de 20e eeuw. De psychologen Amos Tversky en Daniel Kahneman schreven een artikel met de naam "Prospect Theory", dat ging over hoe de manier waarop keuzes aan iemand worden gepresenteerd net zo belangrijk is als de keuzes zelf wanneer een individu een beslissing neemt. Later creëerden Hersh Shefrin en Richard Thaler een spaarmodel dat uitlegt hoe mensen er niet achter komen hoeveel ze moeten sparen en uitgeven om op een constant niveau te blijven. Mensen geven liever nu meer uit, omdat mensen de voorkeur geven aan bevrediging in de nabije toekomst. In 1994 nam de universiteit van Harvard een professor aan om gedragseconomie als een eigen vak te onderwijzen. Gedragseconomie helpt nu veel complexe dingen die mensen doen te verklaren. Er zijn veel toepassingen van het onderzoek, zoals hoe het overheidsbeleid effectiever kan worden gemaakt of marketing- en reclametoepassingen. Er zijn ook andere studiegebieden die zich van gedragseconomie vertakken, zoals behavioral finance, dat zich bezighoudt met hoe mensen beleggen.
Onderwerpen
Gedragseconomie kan veel verschillende soorten menselijk handelen verklaren. Enkele van de onderwerpen binnen het vakgebied zijn:
Verliesaversie/Prospect Theorie: Mensen raken meer van streek door verliezen dan ze blij worden van winsten van hetzelfde bedrag. Dit is belangrijk voor hoe mensen denken over het nemen van risico's. Verwant is het dispositie-effect, dat nauw samenhangt met behavioral finance. Het dispositie-effect is de neiging van beleggers om verliezende aandelen te lang vast te houden, en winnende aandelen te snel te verkopen. Dit concept houdt verband met verliesaversie, aangezien de beleggers hun verliezen voor zich uitschuiven. Ook verwant is het gedragseconomische concept van de "status quo bias". Dit verklaart dat, in tegenstelling tot wat de economie zou verwachten, mensen meer van hun huidige toestand lijken te houden dan van een andere toestand die zij als anders zien.
Mentale boekhouding: Mensen hebben afzonderlijke mentale rekeningen als het gaat om uitgeven en sparen. Aan elke mentale rekening is een verschillende mate van bestedingsbereidheid verbonden, en mensen wijzen activiteiten toe aan mentale rekeningen.
Anchoring/ Status Quo Bias: Wanneer mensen automatisch een keuze krijgen, hebben zij de neiging bij die keuze te blijven, of die keuze nu wel of niet de beste voor hen zou moeten zijn.
Onbegrensd egoïsme: Mensen worden meestal gedreven door eigenbelang, en zullen handelen op een manier die het beste resultaat voor henzelf oplevert.
Onbegrensde wilskracht: Mensen hebben een gebrek aan zelfbeheersing. Zelfs wanneer zij weten wat in hun eigen belang is, hebben zij de neiging anders te handelen. Mensen zijn zich ook enigszins bewust van hun beperkte wilskracht.
Toepassingen
Nu gedragseconomie aan populariteit wint en meer sociale wetenschappers onderzoek doen naar het onderwerp, komen er steeds meer manieren om ideeën toe te passen. Als iemand door een keuze op een bepaalde manier in te delen een duwtje in de rug krijgt om een betere beslissing te nemen, kunnen degenen die verantwoordelijk zijn voor het creëren van opties dit gebruiken om een beter resultaat te bereiken. Deze resultaten kunnen variëren van het verhogen van lichaamsbeweging tot het verminderen van obesitas en het veranderen van eetgewoonten, tot het verminderen van energiegebruik of het hervormen van overheidsbeleid. In de toekomst hoopt men dat door kleine veranderingen het publiek grootschalige voordelen zal genieten. In Denemarken past de regering het concept van verankering toe om het aantal bestuurders dat orgaandonor is te verhogen. In de Verenigde Staten heeft het Witte Huis Cass Sunstein, een gedragseconoom, ingehuurd om beleidsmakers te helpen. Richard Thaler werkt ook in het Amerikaanse kabinet in het nieuwe Behavioral Insight Team. De VS, evenals Groot-Brittannië, heeft het idee overwogen van standaardopties om pensioensparen te helpen verhogen.
Problemen
Een van de grootste argumenten die economen tegen gedragseconomie hebben, is dat veel van het onderzoek afkomstig is van kleinschalige onderzoeksgegevens, in plaats van bronnen uit de echte wereld. Bovendien gebruiken veel gedragseconomische onderzoekers universiteitsstudenten in hun studies. College studenten hebben minder ervaring dan normale individuen. Omdat deze populatie een slechte afspiegeling is van een gemiddeld persoon, kunnen de gegevens andere resultaten laten zien dan zou moeten.
Sommige psychologen beweren dat gedragseconomie weliswaar een stap in de goede richting is om te verklaren waarom mensen zich gedragen zoals ze doen, maar dat het onderzoek nog ver achterloopt. Zij vinden dat de traditionele neoklassieke economische theorie alleen maar is veranderd, terwijl er dieper moet worden gekeken naar wat er eigenlijk op een meer psychologisch en intellectueel niveau gebeurt.
Vragen en antwoorden
V: Wat is gedragseconomie?
A: Gedragseconomie is een onderdeel van economie dat psychologie combineert met economie om beter te begrijpen hoe mensen beslissingen nemen.
V: Waarom houdt de economie normaal gesproken geen rekening met de manier waarop mensen werkelijk denken?
A: Economie houdt normaal gesproken geen rekening met de manier waarop mensen werkelijk denken, omdat het de besluitvorming vereenvoudigt om economische modellen begrijpelijker te maken.
V: Wat nemen economen aan over mensen in termen van besluitvorming?
A: Economen gaan ervan uit dat mensen rationeel zijn, wat betekent dat ze op het juiste moment goede beslissingen nemen op basis van alle informatie.
V: Hoe gedragen mensen zich in het echte leven anders dan de aannames van economen?
A: In het echte leven kunnen mensen problemen hebben met zelfcontrole, problemen met tijd en verschillende keuzes maken afhankelijk van hoe beslissingen aan hen worden gepresenteerd.
V: Waar richten gedragseconomen zich op?
A: Gedragseconomen richten zich op de problemen en beperkingen die ontstaan wanneer echte mensen beslissingen moeten nemen.
V: Hoe kan gedragseconomie helpen om de wereld te begrijpen?
A: Gedragseconomie kan helpen om de wereld te begrijpen door rekening te houden met de manier waarop echte mensen denken en beslissingen nemen, in plaats van aan te nemen dat iedereen perfect rationeel is.
V: Wat is het belangrijkste verschil tussen traditionele economie en gedragseconomie?
A: Het belangrijkste verschil tussen traditionele economie en gedragseconomie is dat traditionele economie ervan uitgaat dat mensen rationeel zijn, terwijl gedragseconomie rekening houdt met de manier waarop echte mensen daadwerkelijk beslissingen nemen.
Zoek in de encyclopedie