David Ricardo

David Ricardo (18 april 1772 - 11 september 1823) was een Britse politieke econoom. Hij was een van de belangrijkste denkers achter de klassieke economie, samen met Thomas Malthus, Adam Smith en John Stuart Mill. Vandaag de dag staat hij vooral bekend om zijn theorie van het comparatieve voordeel. Deze theorie suggereert dat een natie haar middelen alleen zou moeten concentreren in industrieën waar zij het meest internationaal concurrerend is en met andere landen zou moeten handelen om producten te verkrijgen die niet nationaal worden geproduceerd. Ricardo promootte het idee van extreme industriële specialisatie door naties, tot het punt van ontmanteling van internationaal concurrerende en anderszins winstgevende industrieën. In deze gedachte ging Ricardo uit van het bestaan van een nationaal industriebeleid gericht op het bevorderen van sommige industrieën ten nadele van andere. Voor Ricardo was een vorm van centrale economische planning een gegeven.

Het Ricardiaanse model van comparatief voordeel is uitgedaagd door onder andere Joan Robinson en Piero Sraffa. Toch blijft het de hoeksteen van het pleidooi voor internationale vrijhandel als middel om de economische welvaart te vergroten. De theorie van het comparatief voordeel was de voorloper van het streven naar globalisering via een toename van de internationale handel, het leidmotief in het economisch beleid dat momenteel door de OESO en de Wereldhandelsorganisatie wordt gepropageerd.

Vragen en antwoorden

V: Wie was David Ricardo?


A: David Ricardo was een Brits politiek econoom die wordt beschouwd als een van de belangrijkste denkers achter de klassieke economie, samen met Thomas Malthus, Adam Smith en John Stuart Mill.

V: Wat is de theorie van het comparatieve voordeel?


A: De theorie van het comparatieve voordeel stelt dat een land zijn middelen alleen moet concentreren in sectoren waar het internationaal het meest concurrerend is en handel moet drijven met andere landen om producten te verkrijgen die niet in eigen land worden geproduceerd.

V: Wat bevorderde Ricardo?


A: Ricardo propageerde het idee van extreme industriespecialisatie door naties, tot het punt van ontmanteling van internationaal concurrerende en anderszins winstgevende industrieën. Hij ging ook uit van het bestaan van een nationaal industriebeleid, gericht op het bevorderen van sommige industrieën ten koste van andere.

V: Wie heeft het Ricardiaanse model aangevochten?


A: Het Ricardiaanse model is onder meer door Joan Robinson en Piero Sraffa aangevochten.

V: Hoe blijft deze theorie vandaag de dag relevant?


A: De theorie blijft vandaag de dag relevant omdat zij dient als hoeksteen voor argumenten ten gunste van internationale vrijhandel als middel om de economische welvaart te vergroten. Zij wordt ook gebruikt als leidraad voor het economisch beleid dat momenteel door organisaties als de OESO en de WTO wordt bevorderd.

V: Wat zijn enkele implicaties van dit denken?


A: Enkele implicaties van dit denken zijn de toegenomen internationale handel die leidt tot globalisering, een nadruk op extreme industriespecialisatie door landen, en een veronderstelling dat er een vorm van centrale economische planning bestaat om bepaalde industrieën te bevorderen ten opzichte van andere.

AlegsaOnline.com - 2020 / 2023 - License CC3