George Grenville (14 oktober 1712–13 november 1770) was premier van Groot-Brittannië en een opvallende, soms omstreden figuur binnen de Whig Party. Hij bleef een van de weinige premiers die nooit een adellijke titel kreeg. Grenville staat vooral bekend als de architect van fiscale maatregelen na de Zevenjarige Oorlog en als een belangrijke, maar onbuigzame bestuurder in een periode van groeiende spanningen tussen Groot-Brittannië en haar overzeese kolonies.

Grenville was de tweede zoon van Richard Grenville en Hester Temple; zijn oudere broer was Richard Grenville-Temple. Hij kreeg zijn opleiding aan Eton College en Christ Church College (Oxford). In 1741 trad hij toe tot het parlement als afgevaardigde voor Buckingham en bleef die zetel tot aan zijn dood behouden.

Zijn politieke opgang leidde via verschillende kabinetsposten. Als penningmeester van de marine introduceerde hij in 1758 een wetsvoorstel dat een eerlijker systeem voor de betaling van de lonen van zeelieden tot stand bracht. Hij bleef prominent aanwezig toen William Pitt (de oudere) in 1761 aftrad en trad vervolgens op als leider van het Lagerhuis in het bestuur van Lord Bute. In mei 1762 werd hij minister van Buitenlandse Zaken van het Noordelijke Departement, in oktober dat jaar Eerste Heer van de Admiraliteit, en in april 1763 Eerste Heer van de Schatkist en Kanselier van de Schatkist.

  • Ingezeten als parlementslid voor Buckingham vanaf 1741
  • Penningmeester van de marine (onder meer hervorming van zeeliedenlonen), 1758
  • Leiding Lagerhuis onder Lord Bute, 1761–1762
  • Secretary of State (Noordelijk Departement), mei 1762
  • Eerste Heer van de Admiraliteit, oktober 1762
  • Eerste Heer van de Schatkist en Kanselier van de Schatkist, april 1763–1765 (premierschap 1763–1765)

Als premier stond Grenville aan het roer van een regering die harde maatregelen nam tegen critici en die fiscale hervormingen doorvoerde om de oorlogsschulden te verminderen. Twee kwesties markeren zijn politieke nalatenschap en het groeiende conflict met de Amerikaanse koloniën: de vervolging van John Wilkes (een zaak rond persvrijheid en algemene bevelschriften) en de invoering van de Stamp Act van 1765. De Stamp Act, bedoeld om inkomsten te genereren uit de Amerikaanse koloniën door taksen op papieren documenten en drukwerk, leidde tot ernstige ontevredenheid, protesten en boycots in Amerika. Hoewel de wet later werd ingetrokken, wordt zij beschouwd als één van de eerste grote breuklijnen die leidden tot het verhevigen van de betrekkingen en uiteindelijk tot de Amerikaanse Revolutionaire Oorlog.

Grenville verdedigde Parlementair gezag en het recht om belastingen te heffen, en steunde het principe van "virtuele vertegenwoordiging" tegenover de koloniale eis van directe vertegenwoordiging. Zijn aanpak was zakelijk en juridisch nauwgezet, maar weinig tactvol; hij stond bekend als pedant en inflexibel. Een bekende anekdote illustreert zijn reputatie in het Lagerhuis: tijdens het debat over de Cider Bill van 1763 vroeg hij herhaaldelijk en letterlijk waar men een nieuwe belasting zou moeten leggen als het niet op cider zou worden geheven. Pitt reageerde door de melodie van Gentle Shepherd, vertel me waar te fluiten, waarna het Huis in lachen uitbarstte. Om deze reden kreeg Grenville de bijnaam de "heidense herder".

Zijn relatie met koning George III verslechterde na verloop van tijd. De jonge koning begon te twijfelen aan Grenvilles loyaliteit en vreesde dat hij geen betrouwbare raadgever was; uiteindelijk wist de koning de Lord Rockingham te bewegen Grenville als premier te vervangen. Nadat hij in 1765 zijn ambt had verloren, bekleedde Grenville geen regeringsfunctie meer.

Persoonlijk was Grenville onopvallend in sociale omgang en meer gericht op administratieve nauwkeurigheid dan op politieke charme. In 1749 huwde hij Elizabeth Wyndham (geboren vóór 1731, overleden 5 december 1769), dochter van Sir William Wyndham; het paar kreeg zeven kinderen. Grenville stierf op 13 november 1770 en liet een ambivalente erfenis na: enerzijds aanzienlijke administratieve hervormingen en staatsrechtelijke argumenten ten gunste van Parlementair gezag, anderzijds beslissingen die bijdroegen aan het verergeren van de crisi s met de Amerikaanse koloniën.

Historici oordelen over Grenville verdeeld: sommigen prijzen zijn bekwaamheid op financieel en administratief gebied, anderen bekritiseren zijn gebrek aan tact en politieke soepelheid. Zijn premierschap markeert een belangrijke fase in de Britse binnen- en buitenlandse politiek van de jaren 1760 en vormt een voorafschaduw van de grotere conflicten die later in die eeuw zouden uitmonden.