George Corley Wallace (25 augustus 1919 – 13 september 1998) was een Amerikaans politicus uit Alabama. Hij was gouverneur van Alabama en diende in totaal vier termijnen als gouverneur (1963–1967; 1971–1979 — twee termijnen — en 1983–1987). Hij stelde zich meerdere malen kandidaat voor het presidentschap van de Verenigde Staten (1964, 1968, 1976) en voerde ook campagne in 1972 toen hij ernstig gewond werd door een aanslag.

Wallace werd geboren in Clio, Alabama. Hij studeerde rechten en werkte als advocaat voordat hij op jonge leeftijd de politiek inging; op 33‑jarige leeftijd werd hij gekozen tot rechter in zijn graafschap, wat het begin markeerde van een lange carrière in de staatswereld van Alabama. Zijn vrouw, Lurleen Wallace, was later zelf gouverneur van Alabama (1967–1968).

Wallace verwierf landelijke bekendheid door zijn fel verzet tegen de federale desegregatiepolitiek in de jaren zestig. Hij werd het symbool van het beleid van rassenscheiding en sprak zich openlijk uit voor aparte voorzieningen voor blank en zwart — een houding die vaak samengevat wordt in zijn retoriek en slogans als “segregation now, segregation tomorrow, segregation forever”. In 1963 probeerde hij zich symbolisch te verzetten tegen de inschrijving van zwarte studenten aan de University of Alabama in de gebeurtenis die bekendstaat als de “Stand in the Schoolhouse Door”. Door zijn harde anti‑desegregatiehouding is hij lange tijd verbonden met de strijd tegen de burgerrechtenbeweging; zijn positie wordt in de literatuur vaak aangeduid als pro‑segregatie.

Tijdens zijn politieke loopbaan veranderde Wallace niet veel van partij: hij was een Democraat. Zijn kandidaatstellingen hadden grote invloed op de Amerikaanse politiek van die periode, vooral zijn succesvolle derde‑partijscampagne in 1968, waarin hij landelijke steun verwierf buiten de twee traditionele partijen.

Op 15 mei 1972, tijdens een campagnebijeenkomst in Laurel (Maryland), werd Wallace neergeschoten door de 23‑jarige Arthur Bremer. De aanslag liet hem zwaar gewond en leidde tot blijvende verlamming; Wallace bracht vanaf dat moment het grootste deel van zijn leven in een rolstoel door. Ondanks zijn verwondingen keerde hij later terug naar actieve politiek en won opnieuw het gouverneurschap van Alabama.

In zijn latere jaren nam Wallace afstand van zijn meest uitgesproken segregationistische retoriek. Na politieke en persoonlijke reflectie vroeg hij publiekelijk om vergeving aan zwarte Amerikanen en probeerde hij zijn imago te matigen; historici beschrijven zijn nalatenschap daarom als complex: enerzijds verbonden met verzet tegen de burgerrechtenbeweging en het behoud van rassenscheiding, anderzijds als een politieke figuur die later spijt betuigde en pogingen deed tot verzoening.

Wallace stierf op 79‑jarige leeftijd aan sepsis, veroorzaakt door een infectie van de ruggengraat. Hij overleed na jaren van gezondheidsproblemen en meer dan twee decennia in een rolstoel. Zijn leven en carrière blijven onderwerp van studie als voorbeeld van zuidelijke populistische politiek, de worsteling rond burgerrechten in de Verenigde Staten en de veranderende politieke verhoudingen in de tweede helft van de twintigste eeuw.