Watson stichtte het behaviorisme in het voorjaar van 1913 met zijn artikel Psychology as the behaviorist views it. In dit artikel schetste Watson de belangrijkste kenmerken van zijn nieuwe filosofie van de psychologie, die hij "behaviorisme" noemde. De eerste paragraaf van het artikel beschreef beknopt zijn standpunt:
Psychologie zoals de behavioristen het zien is een zuiver objectieve experimentele tak van de natuurwetenschap. Haar theoretische doel is de voorspelling en controle van gedrag. Introspectie vormt geen essentieel deel van zijn methodes, noch is de wetenschappelijke waarde van zijn gegevens afhankelijk van de bereidheid waarmee zij zich lenen voor interpretatie in termen van bewustzijn. De behaviorist, in zijn pogingen om een unitaire regeling van dierlijke reactie te krijgen, erkent geen scheidingslijn tussen mens en bruut. Het gedrag van de mens, met al zijn verfijning en complexiteit, vormt slechts een deel van het totale schema van het onderzoek van de behaviorist.
In 1913 beschouwde Watson Ivan Pavlov's geconditioneerde reflex hoofdzakelijk als een fysiologisch mechanisme dat klierafscheidingen controleert. Hij had al Edward Thorndike's "Wet van Effect" (een voorloper van B.F. Skinner's principe van bekrachtiging) verworpen vanwege wat Watson beschouwde als "onnodige subjectieve elementen". Het artikel is ook opmerkelijk vanwege zijn sterke verdediging van de objectieve wetenschappelijke status van de toegepaste psychologie, die in die tijd werd beschouwd als veel inferieur aan de gevestigde experimentele psychologie.
Met zijn behaviorisme legde Watson de nadruk op het uiterlijke gedrag van mensen en hun reacties op gegeven situaties, in plaats van op de interne, mentale toestand van die mensen. Naar zijn mening was de analyse van gedragingen en reacties de enige objectieve methode om inzicht te krijgen in het menselijk handelen. Deze zienswijze werd beschouwd als extreem of radicaal behaviorisme.