El Niño en La Niña (ENSO) — Definitie, oorzaken en wereldwijde impact

Ontdek El Niño en La Niña (ENSO): oorzaken, mechanismen en wereldwijde weers- en economische impact in heldere, concrete voorbeelden.

Schrijver: Leandro Alegsa

El Niño-Southern Oscillation (ENSO) is een natuurlijke variabiliteit van het klimaatsysteem in de tropische Stille Oceaan. De naam dekt twee tegengestelde fasen: El Niño (warme fase) en La Niña (koude fase). In het Spaans betekenen deze termen zoveel als “kleine jongen” en “klein meisje”. ENSO is een belangrijk onderdeel van het wereldklimaat omdat het oceaan- en atmosferische processen koppelt en zo weerpatronen ver kan veranderen.

Wat is El Niño en La Niña — oorzaak en mechaniek

El Niño ontstaat wanneer de zeewatertemperatuur in het oppervlaktewater van de tropische Stille Oceaan boven normale waarden uitstijgt, vooral in het centrale en oostelijke deel nabij de evenaar. Dit gaat meestal gepaard met een verzwakking of omkering van de normale oostelijke passaatwinden en een ophoging van de zeewatertemperatuur langs de kust van Ecuador en Peru. La Niña is het tegenovergestelde: sterkere passaatwinden en koelere oppervlaktewateren door versterkte opwelling (upwelling) van koud, voedingsrijk diepwater.

De belangrijkste processen die ENSO aandrijven zijn:

  • de wisselwerking tussen de oceaan en atmosfeer (wind, zeewatertemperatuur, luchtdruk),
  • veranderingen in de passaatwinden die de zeewatertemperatuur en de thermocline (grens tussen warm oppervlaktelaag en kouder diep water) beïnvloeden,
  • positieve terugkoppelingen: als water opwarmt verzwakken de winden, waardoor nog meer warmte accumuleert, en vice versa bij La Niña.

Frequentie en duur

El Niño-evenementen komen gemiddeld elke twee tot zeven jaar voor, met variabele sterkte. Een zwakke El Niño kan maar een paar weken tot enkele maanden zichtbaar zijn, terwijl sterke evenementen meerdere maanden tot meer dan een jaar kunnen duren. De exacte timing en intensiteit hangen af van complexe interacties in het klimaatsysteem.

Indices en metingen

Belangrijke indexen en meetmethoden voor ENSO zijn:

  • Southern Oscillation Index (SOI): gebaseerd op het verschil in atmosferische luchtdruk op zeeniveau tussen Tahiti en Darwin, Australië. Een negatieve SOI wijst meestal op een El Niño (lagere druk op Tahiti ten opzichte van Darwin).
  • Cold Tongue (CT) Index: meet afwijkingen van de gemiddelde zeewatertemperatuur in de centrale en oostelijke Stille Oceaan nabij de evenaar. Afwijkingen geven aan hoe warm of koud het oppervlak is vergeleken met de normale jaarlijkse cyclus.
  • Overige observaties: satellieten (zeewatertemperatuur, zeespiegelhoogte), boeien (bijv. TAO/TRITON-netwerken), en oceaancoördinatie van temperatuurprofielen.
De SOI en CT-indexen zijn doorgaans negatief gecorreleerd: een negatieve SOI gaat vaak samen met een ongewoon warme oceaan (El Niño).

Wereldwijde gevolgen

ENSO heeft sterke en uiteenlopende effecten op weer en klimaat wereldwijd. Gevolgen variëren per gebied en afhankelijk van de sterkte van het evenement.

  • Zuidoost-Azië en Australië: El Niño verhoogt vaak de kans op droogte, hogere temperaturen en bosbranden. La Niña geeft juist meer regen en kan leiden tot overstromingen, zoals de overstromingen van2010-2011in Queensland.
  • Westkust van Zuid-Amerika: El Niño vermindert de opwelling van koud, voedingsrijk water en veroorzaakt zware regenval en overstromingen in landen als Ecuador en Peru, met negatieve effecten op de visserij (bijv. vermindering van ansjovisvangsten). La Niña geeft juist koel en droog woestijnweer langs grote delen van de kust.
  • Afrika: Oost-Afrika kan zowel extreem nat (overstromingen) als extreem droog worden, afhankelijk van fase en locatie; West-Afrika en de Sahel reageren ook via teleconnecties op ENSO.
  • Noord- en Zuid-Amerika: El Niño veroorzaakt vaak zachtere winters in noordelijk Noord-Amerika en nattere condities in het zuidwesten van de Verenigde Staten; La Niña heeft vaak de tegenovergestelde effecten. Tevens beïnvloedt ENSO de frequentie van tropische cyclonen: El Niño remt vaak de Atlantische orkaanseizoenactiviteit, terwijl La Niña die kan versterken.
  • Wereldwijde temperatuur: sterke El Niño’s (bijv. 1997–98, 2015–16) dragen tijdelijk bij aan hogere wereldgemiddelde temperaturen en kunnen hittegolven en droogtes elders verergeren.
  • Ecologische en economische gevolgen: visserij- en landbouwopbrengsten, watervoorraden, infrastructuurschade door overstromingen en economische kosten kunnen groot zijn. Een voorbeeld: de kosten van de overstromingen in Queensland 2010–2011 werden geraamd op A$30 miljard.

Historische voorbeelden

Enkele bekende ENSO-evenementen:

  • Het sterke El Niño van 1997–1998 veroorzaakte wereldwijd extreme weersomstandigheden en grote economische schade.
  • Het sterke El Niño van 2015–2016 leidde eveneens tot wereldwijde temperatuurpieken en meerdere sociaaleconomische effecten.
  • La Niña-periodes hebben in Australië meerdere grote overstromingen gekend (bijv. 1916–1917, 1950, 1954–1956, 1973–1975 en 2010–2011).

Voorspelling en voorbereiding

ENSO kan tegenwoordig redelijk vroegtijdig worden gedetecteerd en voorspeld met oceanografische observaties en klimatologische modellen. Vooruitzichten van enkele maanden tot een jaar zijn gebruikelijk, maar onzekerheden in amplitude en timing blijven bestaan.

Voorbereidingen en mitigatie omvatten:

  • vroegtijdige waarschuwingen en rampenplanning (overstromingen, droogte),
  • aanpassing van landbouwpraktijken (gewassen, aanplanttijden, irrigatie),
  • waterbeheer en infrastructurele maatregelen,
  • bescherming van visbestanden en kustgemeenschappen.

Samenvatting

ENSO is een natuurlijke, cyclische variatie in oceaan- en atmosferische condities in de tropische Stille Oceaan die grote invloed heeft op weer en klimaat wereldwijd. El Niño (warme fase) en La Niña (koude fase) ontstaan door veranderingen in zeewatertemperatuur en passaatwinden. Ze worden gevolgd met indexen zoals de SOI en de CT-index en kunnen leiden tot droogte, overstromingen, visserijverstoringen, economische schade en veranderingen in het mondiale weermenu. Adequate monitoring, voorspelling en plannen kunnen de maatschappelijke impact verminderen.

Een foto uit de ruimte van El NiñoZoom
Een foto uit de ruimte van El Niño

Centrale Stille Oceaan El Niño

Niet alle El Niños gebeuren in het oostelijke deel van de Stille Oceaan. In de afgelopen decennia zijn er in de Central Pacific El Niños ontdekt. Wanneer deze gebeuren, zijn de effecten van CP El Niños heel anders dan de traditionele El Niños. Central Pacific El Niños vond plaats in 1986-88, 1991-92, 1994-95, 2002-03, 2004-05, 2006-07, 2009-10 en 2015-16.

Vragen en antwoorden

V: Wat is El Niño-Southern Oscillation (ENSO)?


A: El Niño-Southern Oscillation (ENSO) is een natuurlijke gebeurtenis die plaatsvindt in de Stille Oceaan. Het wordt ook El Niño en La Niña genoemd, wat in het Spaans "jongetje" en "klein meisje" betekent.

V: Hoe vaak komt deze gebeurtenis voor?


A: In de Stille Oceaan komt deze gebeurtenis om de twee tot vijf jaar voor. Om de drie tot zeven jaar kan een El Niño-gebeurtenis vele maanden duren.

V: Wat zijn de gevolgen van ENSO?


A: ENSO kan het weer veranderen en wereldwijd belangrijke gevolgen hebben. Australië en Zuidoost-Azië kunnen droogte kennen terwijl de woestijnen van Peru zeer zware regenval kennen, of Oost-Afrika kan zowel droogte als zware regenval kennen, afhankelijk van de vraag of het een El Niño- of La Niña-gebeurtenis is.

V: Wie heeft de Zuidelijke Oscillatie ontdekt?


A: Sir Gilbert Walker ontdekte de Zuidelijke Oscillatie in 1923.

V: Wat is de zuidelijke oscillatie-index (SOI)?


A: De zuidelijke oscillatie-index (SOI) is het verschil in druk op zeeniveau gemeten bij Tahiti en Darwin.

V: Wat was de oorzaak van de overstromingen in Queensland in 2010-2011?



A: De overstromingen van 2010-2011 in Queensland werden veroorzaakt door een La Niña gebeurtenis die zeer zware regen bracht aan de oostkust van Australië.


Zoek in de encyclopedie
AlegsaOnline.com - 2020 / 2025 - License CC3