Het einde van het Eoceen en het begin van het Oligoceen (rond 33,9 miljoen jaar geleden) markeren een van de grootste biologische omwentelingen van het Cenozoïcum, vaak aangeduid als de Grande Coupure. Dit was een vrij plotselinge, wereldwijde omslag met grootschalige veranderingen in zowel de flora als de fauna en een duidelijke afkoeling van het wereldklimaat.
Wat gebeurde er?
In veel regio's verdween een groot deel van de bestaande soorten. De meeste van de direct getroffen organismen waren marien of aquatisch van aard: veel soorten foraminifera, kalkalgen en andere microfossielen lieten scherpe veranderingen zien. Ook terrestrische gemeenschappen, vooral in Europa, ondergingen een sterke herstructurering. In de oceanen behoren tot de slachtoffers onder meer de laatste van de oude walvisachtigen, de Archeoceti, en veel warmteminnende soorten.
De Grande Coupure in het landleven
In Europa wordt de term Grande Coupure vooral gebruikt voor de massale uitsterving en het gelijktijdige inkomende van nieuwe zoogdiersoorten uit Azië. Veel endemische Eoceen-geslachten verdwenen of gingen sterk achteruit en werden vervangen door taxa die beter aangepast waren aan koelere, drogere omstandigheden. Deze verandering had belangrijke gevolgen voor de evolutie van hedendaagse zoogdiergroepen.
Mogelijke oorzaken
De Grande Coupure en bijbehorende mariene uitstervingen zijn waarschijnlijk het gevolg van een combinatie van factoren in plaats van één enkele oorzaak. Belangrijke verklaringen zijn:
- Klimaatkoeling en ijskapvorming: Er is sterke correlatie met een daling van de atmosferische kooldioxide-concentraties en met het Oi-1-event, een duidelijke verandering in zuurstofisotopen die het begin van ijskapbedekking op Antarctica aangeeft. Dit leidde tot koelere en drogere omstandigheden wereldwijd.
- Zeewaterspiegeldaling en habitatverlies: Het groeien van ijskappen veroorzaakte zeespiegeldalingen, waardoor kust- en ondiepe mariene habitats verloren gingen en kustecosystemen ernstig werden verstoord.
- Vulkanisme en atmosferische effecten: Intensere vulkanische activiteit kan veranderingen in klimaat en oceaanchemie hebben veroorzaakt, waardoor ecosystemen onder druk kwamen te staan.
- Meteoorinslagen: Rond deze periode vonden meerdere grote inslagen plaats. Eén daarvan resulteerde in de Chesapeake Bay-inslagkrater (ongeveer 40 km), en een andere is de Popigai krater (~100 km) in het midden van Siberië. Nieuwere datering van de Popigai-inslag suggereert dat zo'n gebeurtenis mogelijk heeft bijgedragen aan verstoring van ecosystemen, onder andere door stof en aerosolen in de atmosfeer te brengen.
Wat zegt het bewijs?
Het bewijs komt uit meerdere bronnen: diepe zee-boorplaten die veranderingen in microfossielen en zuurstofisotopen tonen, continentale fossielen die plotselinge faunawisselingen registreren, en pollenrecords die een ommezwaai van subtropische naar meer koel- en droogminnende planten laten zien. Samen wijzen deze lijnen van bewijs op een relatief snelle overgang rond 34 miljoen jaar geleden, maar met regionale verschillen in timing en intensiteit.
Effectselectiviteit en ecologische gevolgen
De uitsterving was selectief: warmteminnende en ondiepe mariene soorten leden sterk, terwijl soorten met bredere tolerantie of aanpassingsvermogen betere overlevingskansen hadden. Op land verloren veel subtropische planten en de dieren die daarop waren afgestemd terrein, terwijl soorten die kouder of droger klimaat konden verdragen, vaak profiteerden. Dit leidde tot een hergroepering van ecosystemen en op lange termijn de opkomst van modernere faunale assemblages in het Oligoceen.
Conclusie
De Grande Coupure en de Eoceen–Oligoceen grens zijn het resultaat van een complexe wisselwerking tussen klimaatverandering (vooral afkoeling en dalende CO2), veranderingen in oceaanstromingen en zeeniveau, en mogelijk grote externe gebeurtenissen zoals inslagen en verhoogde vulkanische activiteit. Het was een belangrijke schakel in de evolutionaire geschiedenis, die de samenstelling van zowel mariene als terrestrische levensgemeenschappen drastisch veranderde en de voorwaarden creëerde voor de verdere ontwikkeling van moderne fauna en flora.

