Ankers worden gebruikt om boten tegen te houden. Tegenwoordig zijn ankers meestal van metaal, en ze zijn gemaakt om de oceaanbodem (de zeebodem) te vangen.
Er zijn twee hoofdtypen ankers: tijdelijke en permanente. Een permanent anker wordt een aanmeerblok genoemd en is niet gemakkelijk te verplaatsen. Een tijdelijk anker kan wel worden verplaatst en wordt op de boot meegenomen. Als mensen het over ankers hebben, denken ze meestal aan tijdelijke ankers.
Een anker werkt ofwel door gewicht (massa) ofwel door vorm. Vorm is belangrijker voor tijdelijke ankers, en het ontwerp is zeer belangrijk. Ankers moeten bestand zijn tegen wind en getij, en ook tegen de op- en neergaande beweging van golven.
Werking van een anker
Een anker houdt een vaartuig op zijn plaats door weerstand te bieden op de zeebodem. Er zijn twee hoofdprincipes:
- Gewichtsanker: het anker blijft op zijn plaats door zijn massa (bijvoorbeeld een mushroom-anker of betonblok). Dit is vooral geschikt voor permanente bevestigingen en voor zachte bodems.
- Vormanker: het grijpt of snijdt zich in de bodem (zoals platte flukes of spanen) en zet daardoor kracht om in houdkracht. Dit is het meest gebruikt bij tijdelijke ankers van plezier- en beroepsvaartuigen.
Belangrijke factoren voor de effectiviteit zijn de bodemsoort (zand, modder, gras/kelp, rots), de scope (verhouding van lengte van de ankerlijn tot de diepte, vaak 5–7:1 bij stil water) en het type ankerlijn (ketting zorgt voor een lagere hoek van trek en betere grip dan alleen touw).
Veel voorkomende soorten ankers
- Danforth / platte fluke: licht en goed in zand en modder. Heeft grote flukes die grip geven, maar minder betrouwbaar op steenachtige bodems.
- Plough / CQR: ploegvormig anker dat zichzelf kan heroriënteren en goed werkt in verschillende bodems (zand, modder, gras).
- Bruce / Claw: klauwvormig ontwerp, eenvoudig te zetten en betrouwbaar in veel bodems, populair bij zeiljachten.
- Rocna / Spade: moderne ontwerpen met rolstop en breed blad; bieden uitstekende houdkracht in zand en modder en snel ingraven.
- Mushroom: vaak gebruikt voor permanente boeien en kleine craft; werkt door inzakken in zachte modder en biedt veel houdkracht over tijd.
- Betonblok of ankerblok: zware blokken gebruikt voor permanente aanlegplaatsen of als goedkoop anker; afhankelijk van gewicht en bodem kan hun houdkracht variëren.
- Admiralty / schaaranker: traditioneel ontwerp met een stok; zeer goed in rotsige bodems maar onhandig in opslag en modern gebruik.
Ontwerp en materialen
Ankers zijn meestal van staal (gesmeed, gegoten of gevormd) dat gegalvaniseerd of gecoat is tegen corrosie. Moderne ankers zijn ontworpen om maximale houdkracht per gewicht te bieden. Ontwerpkenmerken omvatten:
- Flukes/bladen voor ingraven en klemkracht.
- Schacht of shank voor de verbinding met de ankerlijn en voor correcte oriëntatie bij zetten.
- Rolpunt of tip om sneller te kunnen ingraa-ven en zichzelf te zetten.
- Swivel (draai-koppeling) kan worden gebruikt tussen ketting en anker om verdraaiing te voorkomen, maar moet sterk en betrouwbaar zijn.
De ankerlijn (de “rode”) bestaat vaak uit een combinatie van ketting en lijn. Ketting dicht bij het anker houdt de hoek van trek laag en zorgt voor catenary (boog) die schokbelasting dempt. Moderne synthetische lijnen (zoals polyester of Dyneema) bieden hoge sterkte en minder gewicht, maar hebben andere rek- en slijteigenschappen.
Gebruik en technieken
- Zetten van het anker: laat het anker langzaam zakken tot de bodem, geef voldoende scope en laat de boot vervolgens achteruitvaren zodat het anker zich ingraven kan. Controleer of het anker zet door te kijken naar boeien, GPS-tracking of door een lichte trekprobe.
- Dubbel ankeren: bij slechte bodem of sterke wind kan een tweede anker in een hoek (v-formatie of stern-to-stern) extra houdkracht geven.
- Beveiligen bij winddraaiingen: gebruik een snubber of kettingstopper om de ankerlier te ontlasten en schokbelasting te dempen.
- Oplichten en bergen: gebruik de ankerlier of windlass, houd de lijn recht en let op dat het anker niet blijft hangen. Bij vastlopen kan ruiken of rondvaren helpen om het anker los te krijgen.
Onderhoud en veiligheid
- Controleer regelmatig op slijtage, scheuren, vervorming en corrosie. Let op de bevestigingspunten en de conditie van de ketting schakels.
- Spoel ketting en anker af met zoet water na gebruik in zout water om roestvorming te vertragen.
- Bewaar anker en lijn veilig op de boeg roller of in een ankerbak; zorg dat het geen losse slagen maakt en dat de sluitingen goed zijn vastgezet.
- Veiligheidsregels: sta niet in de val van de ankerlijn (de bight), houd handen en voeten uit de buurt van de anchorlier bij belasten en zorg dat iedereen aan boord op de hoogte is van procedures voor zetten en bergen.
Kiezen van het juiste anker
Bij de keuze van een anker speelt de grootte van het schip (lengte en verplaatsing), het type ondergrond en het gebruik (tijdelijk ankeren versus permanente bevestiging) een grote rol. Fabrikanten en nautische normen geven tabellen met aanbevolen ankergewichten en -typen voor verschillende scheepsmaten. Voor recreatievaartuigen is het verstandig om te kiezen voor een anker dat iets groter is dan het theoretische minimum, en om voldoende ketting/leiding voorhanden te hebben.
Met goede kennis van ankerprincipes, een passend anker en correcte technieken kun je veilig en betrouwbaar voor anker gaan in uiteenlopende omstandigheden.





