Homo luzonensis: fossiele hominide uit Luzon (Filippijnen, ~67.000 jaar)
Homo luzonensis — fossiele hominide uit Luzon (Callao), ~67.000 jaar oud; kleine botten en tanden die mogelijk een tot nu toe onbekende menselijke soort onthullen.
Homo luzonensis is de naam die onderzoekers gaven aan enkele fossiele beenderen en tanden van een hominide. De vondst werd gedaan in het noorden van Luzon, een groot eiland in de Filippijnen, in de zogenaamde Callao-grot (provincie Cagayan).
Vondst en datering
De overblijfselen—kleine tanden en delen van hand- en voetbeenderen—werden voor het eerst gemeld na opgravingen in Callao Cave. De fossielen behoren tot het Laat-Pleistoceen; sediment- en dateringsonderzoeken geven leeftijden in de orde van tienduizenden jaren, met voorbeelden die rond de ~67.000 jaar liggen. De vondst werd in 2019 officieel beschreven in een wetenschappelijk artikel en sindsdien zijn aanvullende analyses en beschouwingen uitgevoerd.
Kenmerken van de resten
De overgeleverde elementen zijn relatief klein en vertonen een mix van morfologische eigenschappen. Zo laten sommige hand- en vingerbeenderen (phalanges) sterke kromming zien, een kenmerk dat bij klimmende of boombewonende homininen voorkomt. De tanden en kiezen tonen een combinatie van primitieve en afgeleide kenmerken die niet precies overeenkomen met die van hedendaagse Homo sapiens of met de bekende populatie van Homo floresiensis op Flores. Deze unieke combinatie was aanleiding om de vondst als mogelijk behorend tot een aparte soort te bestempelen.
Naamgeving en wetenschappelijke discussie
Het fossielmateriaal kreeg de naam Homo luzonensis toen het team dat de resten publiceerde concludeerde dat de combinatie van kenmerken voldoende onderscheidend was. Niet alle paleoantropologen zijn echter meteen overtuigd: sommige deskundigen houden terughoudendheid aan en vinden dat het materiaal te fragmentarisch kan zijn om ondubbelzinnig een nieuwe soort te definiëren. Ten minste één expert, Aida Gómez-Robles, "aarzelt om ondubbelzinnig te zeggen dat de vondst een nieuwe soort vertegenwoordigt". De discussie richt zich onder meer op de interpretatie van morfologische variatie, mogelijke intra‑species variatie en de vergelijking met andere vroegere en contemporaine homininen in Zuidoost‑Azië.
Betekenis en context
Als Homo luzonensis inderdaad een aparte soort is, heeft dat belangrijke implicaties voor ons begrip van menselijke evolutie in Zuidoost‑Azië. Het zou erop wijzen dat meerdere, deels geïsoleerde homininenlijnages naast elkaar konden bestaan in het Pleistoceen en dat zulke populaties over zeeën heen naar eilanden als Luzon konden komen—ofwel door kanselijke overtocht (raften) of door vroegere landverbindingen in perioden van lagere zeespiegel. Samen met vondsten als Homo floresiensis toont dit het complexe, veelsoortige plaatje van archaïsche mensachtigen in insulair Zuidoost‑Azië.
Vervolgonderzoek
Het tropische klimaat en de ouderdom van het materiaal maken het zeer lastig om aanhoudend DNA te recupereren; dat beperkt de mogelijkheden voor genetische determinatie. Daarom blijven nieuwe opgravingen, verdere morfometrische studies en vergelijkingen met andere fossielen cruciaal. Toekomstige vondsten uit Callao Cave of andere locaties op Luzon zullen essentieel zijn om beter vast te stellen of het om een aparte soort gaat, wat de levenswijze van deze hominiden was en hoe zij zich verhouden tot andere leden van het geslacht Homo.
Ontdekking
De archeoloog die de resten vond is Armand Mijares. Hij had in 2003 in de grot van Callao gegraven, maar stopte toen op iets meer dan een meter diepte. Hij zei dat de ontdekking van de Homo floresiensis, een homin uit ongeveer 50.000 BP die in 2004 in Indonesië werd gevonden, hem ertoe aanzette om in 2007 terug te keren naar de grot. Ongeveer anderhalve meter onder de plek waar hij eerder was gestopt, vond zijn team fossiele botten. Een van de botten was een menselijk middenvoetsbeentje, een voetbot.
Eerst dacht Mijares dat het fossiele bot van een kleine Homo Sapiens kon zijn. Maar na meer graafwerk in 2011 en 2015 vonden hij en zijn team meer botten en enkele tanden terug. Deze resten van ten minste drie individuen werden te verschillend bevonden om tot de Homo sapiens te behoren. Daarom hebben wetenschappers die aan het materiaal werken gezegd dat het om een nieuwe soort gaat.
Zoek in de encyclopedie