Een interrupt is wanneer een microprocessor iets doet wat hem niet is opgedragen omdat er dingen gebeuren buiten wat het programma geacht wordt te doen. Interrupts komen meestal voor omdat de processor een signaal krijgt van hardware, maar ze kunnen ook komen van software die samen met het programma draait. Onder andere het indrukken van toetsen op een toetsenbord, het afgaan van de ingebouwde timer, een gegevensoverdracht, of elke andere gebeurtenis die een onmiddellijke actie van de processor vereist, kunnen interrupts veroorzaken. Interrupts kunnen op elk moment optreden terwijl de processor een programma uitvoert, ongeacht waar in de broncode van het programma het zich bevindt.