Acanthuroidei is een onderorde van Perciformes, de grootste orde van vissen.
Leden van deze suborde hebben een verticaal gevormd lichaam bedekt met kleine schubben. De naam van deze suborde is afgeleid van die van de familie van de chirurgijnvissen (Acanthuridae). Hij is afgeleid van de Griekse woorden akantha en oura, die vrij vertaald "doorn" en "staart" betekenen.
Taxonomie
De exacte indeling van Acanthuroidei varieert tussen taxonomische systemen. In traditionele classificaties wordt Acanthuroidei beschouwd als een suborde binnen Perciformes, maar in modernere indelingen zijn deze groepen soms verplaatst naar aparte orders zoals Acanthuriformes. Veelgebruikte families die bij Acanthuroidei worden gerekend, zijn onder meer:
- Acanthuridae – chirurgijnvissen (de bekendste groep)
- Zanclidae – de 'Moorse keizer' (Zanclus), een opvallende, lateraal afgeplatte soort
- Luvaridae – luvaren, zeldzamere diepewatervormen
- Ephippidae – spadefishes en soortgelijke vissen
- Scatophagidae – scatvissen (soms opgenomen)
- Monodactylidae – vinger- of waaierlipvissen (soms opgenomen)
Welke families precies worden meegerekend, hangt af van de bron; recente moleculaire studies hebben de relaties binnen deze groepen herzien.
Morfologie
Algemene kenmerken van Acanthuroidei zijn een sterk lateraal afgeplat (verticaal afgeplat) lichaam en relatief kleine schubben. Veel soorten hebben een continue of bijna continue rugvin en een gespierde staartbasis. Een opvallend kenmerk van de chirurgijnvissen (Acanthuridae) is de aanwezigheid van scherpe, vaak vergrote stekels of "messen" op het zijvlak van de staartbasis (caudale pedunkel) die gebruikt kunnen worden als verdedigingswapen.
Verspreiding en habitat
De meeste soorten binnen deze groep komen voor in tropische en subtropische zeeën, met een hoge diversiteit in het Indo-Pacifisch gebied. Ze bezetten uiteenlopende habitats zoals koraalriffen, ondiepe lagunes, mangrove- en estuariene gebieden en soms ook open water. Sommige soorten leven in grotere scholen boven riffen, andere zijn meer solitair of territoriaal.
Voeding en gedrag
Veel leden van Acanthuroidei zijn herbivoren of grazen voornamelijk op algen die op riffen groeien; zij spelen daarmee een belangrijke rol in het in balans houden van koraalgroei. Andere soorten zijn omnivoor of voeden zich met plankton, kleine ongewervelden of organisch detritus. Gedragsmatig komen zowel grote scholen (vooral bij jonge en pelagische levensstadia) als territoriale paren of solitaire individuen voor.
Voortplanting
De meeste soorten zijn pelagische paarders: het vrouwtje en mannetje laten gameten in open water los en de bevruchte eieren drijven als plankton. De larven zijn planktonisch en doorlopen enkele ontwikkelingsstadia voordat ze zich vestigen op riffen of andere benthische habitats. De precieze voortplantingsstrategieën kunnen per soort sterk verschillen.
Relatie tot mensen en bescherming
Chirurgijnvissen en aanverwante soorten zijn ecologisch belangrijk voor koraalriffen doordat ze algen grazend onder controle houden. Ze zijn ook van commercieel belang: sommige soorten worden gevangen voor de visserij of gehouden in aquaria. De aquariumhandel kan druk uitoefenen op wilde populaties, en sommige soorten zijn lastig in gevangenschap te houden.
Belangrijke bedreigingen voor soorten binnen Acanthuroidei zijn verlies van koraalrif-habitat, vervuiling, overbevissing en de effecten van klimaatverandering (zoals koraalverbleking). Enkele soorten zijn zeldzaam of lokaal onder druk; de beschermingsstatus varieert per soort en wordt door organisaties zoals de IUCN beoordeeld. Beheermaatregelen die helpen zijn onder meer het beschermen van riffen, gereguleerde visserij, en het stimuleren van kweekprogramma's voor de aquariumhandel.