Metastabiliteit heeft enigszins verschillende betekenissen in verschillende kennisgebieden. Het algemene idee is echter dat iets metastabiel is als het niet verandert, maar als er een kleine kracht ("nudge") op wordt uitgeoefend, zal het overgaan in een andere, stabielere toestand.
Bijvoorbeeld, een blok zit op een helling (een "hellend vlak"). Het blijft daar zitten tot het een duwtje krijgt, of de helling zachtjes wordt aangeslagen, waardoor trillingen ontstaan. Dan begint het blok te glijden. Op dat moment blijft het schuiven tot het de bodem bereikt. Het blok op de bodem is stabiel. Het blok dat op de helling ligt maar niet beweegt, is metastabiel. En het blok dat beweegt is onstabiel.
Een reëel voorbeeld hiervan is een lawine van sneeuw. De lawine is onstabiel (de sneeuw glijdt van de berghelling). Wanneer de lawine voorbij is, is de sneeuw stabiel. Voordat de lawine begint, is de sneeuw metastabiel, omdat een kleine verstoring voldoende is om de sneeuw te doen verliezen wat stabiliteit leek, maar in feite slechts metastabiliteit was.