Stabiliteit is een eigenschap van veel systemen. Het betekent in rust zijn, niet onderhevig aan verandering. In mechanica en dynamica is een systeem stabiel (heeft stabiliteit) als het niet uit zichzelf van beweging verandert, en weerstand biedt aan kleine pogingen om zijn richting of positie te veranderen.

Een vliegtuig tijdens de vlucht is dus dynamisch stabiel en blijft in dezelfde richting vliegen, zelfs wanneer het door ongelijke luchtdruk (wind) wordt geraakt. Om van richting te veranderen, moet het besturingssysteem worden gewijzigd. Een gevechtsvliegtuig daarentegen is onstabiel en moet te allen tijde worden bestuurd door een combinatie van de piloot en een computer.

De meeste atoomisotopen zijn onstabiel, maar de wereld bestaat voor het grootste deel uit stabiele isotopen.

In een boot betekent stabiliteit dat het minder waarschijnlijk is dat hij kapseist.