Het Bondsministerie van Intra-Duitse Betrekkingen (Duits: Bundesministerium für innerdeutsche Beziehungen) was een federaal ministerie van de Bondsrepubliek Duitsland. Het ministerie coördineerde en voerde de praktische contacten met de regering van de Oost-Duitse deelstaat (de DDR). Dat gebeurde vanuit de principiële politieke positie van de Bondsrepubliek dat er één Duits volk en één Duitsland was; hierdoor werden betrekkingen met de DDR niet afgehandeld via het ministerie van Buitenlandse Zaken. De scheiding van intra-Duitse zaken en de klassieke diplomatie was bedoeld om erkenning van de DDR als een volledig buitenlandse staat te vermijden.
Achtergrond en oprichting (1949)
Het ministerie werd in 1949 opgericht als het Bondsministerie van alle Duitse zaken (Duits: Bundesministerium für gesamtdeutsche Fragen). In de beginjaren hield het zich niet alleen bezig met relaties met de Sovjetbezettingszone en later de DDR, maar ook met kwesties die voortkwamen uit de Tweede Wereldoorlog: de situatie van vluchtelingen en vertrokkenen, en vragen rond de Duitse gebieden ten oosten van de Oder-Neisse-lijn, die na 1945 onder Pools gezag vielen. Het ministerie fungeerde als centraal aanspreekpunt voor thema's die voortkwamen uit de Duitse deling en voor organisaties van uitgewisselde en gedeporteerde Duitsers.
Taken en werkzaamheden
De taken van het ministerie waren vooral praktisch en coördinerend van aard. Voorbeelden van werkzaamheden zijn:
- onderhandelingen en uitvoering van afspraken over doorgang en verkeer tussen West- en Oost-Duitsland;
- regelingen voor familiehereniging, verblijfsvergunningen en humanitaire zaken;
- afstemming rond post-, telefoon- en handelsverkeer, grensoverschrijdende voorzieningen en economisch verkeer;
- zaken rond culturele uitwisseling, media, en informeren van burgers over intra-Duitse regelingen;
- coördinatie met vluchtelingenorganisaties en instanties die zich bezighielden met rechten van ontheemden.
Omdat de Bondsrepubliek officieel bleef vasthouden aan de notie van één Duitse staat, nam het ministerie veel van de praktische contacten en onderhandelingen over, terwijl de traditionele diplomatieke kanalen beperkt werden gehouden.
Ostpolitik en naamswijziging
In 1969 kwam er met het aantreden van Willy Brandt een verschuiving in het West-Duitse buitenlandbeleid, bekend als Ostpolitik. Die koers leidde tot nieuwe overeenkomsten met Oost-Europese staten en tot een ander, pragmatischer beleid ten aanzien van de DDR. In dat kader werd de rol van het ministerie aangepast en veranderde men ook de benaming (de naamgeving en precieze datum van de wijziging zijn ingebed in de politieke ontwikkelingen rond 1969–1970). Een belangrijk symbool van die periode is het verdrag tussen de Bondsrepubliek en Polen (Treaty of Warsaw), waarin het bestaan van de Oder-Neisse-lijn als de westerse grens van Polen werd aanvaard. De formulering van dat verdrag (bijvoorbeeld het spreken over "de westelijke grens van Polen" in plaats van expliciete grensafbakening tussen twee Duitse staten) weerspiegelde de politieke complexiteit: het West-Duitse beleid wilde de grenzen van Polen beantwoorden, maar tegelijkertijd geen erkenning van de DDR als zelfstandige Duitse staat impliciet maken.
Rol tijdens de val van de Muur en Duitse hereniging
Met de politieke omwentelingen van 1989 speelde het ministerie een rol in de snelle opeenvolging van praktische en administratieve kwesties die samenhingen met de opening van grenzen en de toenemende contacten tussen Oost en West. Tijdens de onderhandelingen over de Duitse eenheid en de overgang van de DDR naar opname in de Bondsrepubliek (de Duitse hereniging op 3 oktober 1990) stond het ministerie dicht bij alle praktische voorbereidingen: juridische aanpassingen, coördinatie van overgangsregelingen en ondersteuning van de integratie van de nieuwe deelstaten.
Opheffing en opvolging (1991)
Het ministerie werd afgeschaft in 1991, ongeveer een jaar na de formele hereniging van Duitsland. De taken die te maken hadden met de voormalige intra-Duitse betrekkingen en met de integratie van het oosten werden overgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en andere federale instanties. Het ministerie van Binnenlandse Zaken draagt sindsdien, via een speciale staatssecretaris of commissaris, verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de hervormingen en het herstelbeleid in de nieuwe federale deelstaten (de zogeheten "Aufbau Ost"). De functie van commissaris voor de nieuwe Bundesländer bestaat om aan te tonen dat er langdurige inspanningen nodig zijn om economische en sociale gelijkwaardigheid tussen West- en Oost-Duitsland te bereiken.
Nalatenschap
Het Bondsministerie van Intra-Duitse Betrekkingen is vaak gezien als een product van de bijzondere geopolitieke situatie van Duitsland tijdens de Koude Oorlog: het maakte mogelijk om contacten en praktische samenwerkingen met de DDR te regelen zonder af te wijken van het officiële uitgangspunt van Duitse eenheid. De praktische voorbereidingen en beleidsinstrumenten die het ministerie ontwikkelde, speelden een rol bij de uiteindelijke integratie na 1990. Tegelijkertijd ontving het ministerie kritiek omdat sommige waarnemers het als te symbolisch of te beperkt in politieke macht beschouwden vergeleken met het ministerie van Buitenlandse Zaken.

