Magni en Móði (Oud-Noors: "kracht" en "dapperheid") zijn een paar minder belangrijke goden in de Noorse mythologie. Zij zijn zonen van de god Thor en zouden de belichaming zijn van de eigenschappen van hun vader. Magni is uit Thor geboren door de jötunn Járnsaxa (een geliefde van Thor), maar de naam van de moeder van Móði is onbekend.
Behalve zijn rol na Ragnarök is er weinig bekend over Móði. Magni komt echter prominent voor in de mythe van Thor's strijd met de reus Hrungnir.
Thor sloeg de reus Hrungnir in het hoofd met zijn hamer, Mjölnir, waardoor de schedel van Hrungnir verbrijzelde. De reus viel toen dood neer, terwijl zijn been op de nek van Thor terechtkwam, waardoor de god aan de grond werd gekluisterd. De andere Æsir probeerden Hrungnir's been van Thor af te tillen, maar slaagden daar niet in. De zoon van Thor, Magni, die toen pas drie dagen oud was, kwam naar zijn vader en tilde in zijn eentje het been van Hrungnir van Thor af. Uit dankbaarheid schonk Thor zijn zoon Hrungnir's paard, Gullfaxi (Oud Noors: "Goudman"). Odin zelf was ontstemd dat Thor het paard aan "de zoon van een reuzin" gaf en niet aan Odin, Thor's eigen vader.