Mythologie verwijst op verschillende manieren naar de verzamelde mythen van een groep mensen of naar de studie van dergelijke mythen - hun verhalen die ze vertellen om de natuur, de geschiedenis en de gewoontes te verklaren. Het kan ook verwijzen naar de studie van dergelijke mythen.

Een mythe is een verhaal dat niet waar is. De definitie van het woord mythe staat nog steeds ter discussie. Mythes kunnen heel oud zijn, of nieuw (bijvoorbeeld: stadsmythen). Er zijn misschien geen verslagen of andere bewijzen dat ze zijn gebeurd, maar sommige delen van de mythes kunnen wel waar zijn. We kennen ze van oudere mensen die ze aan jongere mensen vertellen. Sommige mythen zijn misschien begonnen als 'ware' verhalen, maar zoals mensen ze vertelden en opnieuw vertelden, hebben ze misschien sommige delen veranderd, zodat ze minder 'waar' zijn. Ze kunnen per ongeluk zijn veranderd, of om ze interessanter te maken. Alle culturen hebben mythen. Verhalen over de Griekse en Romeinse goden en godinnen zijn mythen.

Veel mensen geloofden ooit in legendarische wezens en dieren. De dieren en legendarische wezens kunnen controle hebben of macht hebben over een deel van het menselijk of natuurlijk leven. Zo had de Griekse god Zeus bijvoorbeeld macht over bliksem en stormen. Wanneer Zeus dat wilde, kon hij een storm maken, en hij maakte stormen om zijn woede te tonen. Op dezelfde manier werd in de Hindoestaanse mythologie gezegd dat onweersbuien de toorn van Indra, het opperhoofd van alle goden, waren. Zijn krachtigste wapen was de Vajra, oftewel 'bliksemschicht'. Er werd gezegd dat niemand kon overleven na een aanval van dit wapen. Een ander voorbeeld is de Egyptische god Atum, die de schepper van alles ter wereld zou zijn.