De New Deal was een reeks wetten, programma's en uitvoerende maatregelen die door president Franklin D. Roosevelt werden ingevoerd tijdens zijn ambtstermijnen in de jaren 1933–1939 (en waarvan veel onderdelen daarna bleven bestaan). De New Deal was Roosevelts antwoord op de problemen die door de Grote Depressie waren veroorzaakt, waaronder werkloosheid en overproductie in de landbouw. Omdat het omvangrijke en gefaseerde maatregelen waren, wordt de New Deal vaak opgesplitst in de Eerste New Deal (1933–1934), gericht op directe noodhulp en economisch herstel, en de Tweede New Deal (vanaf 1935), met meer nadruk op structurele hervormingen en sociale voorzieningen. Tijdens de eerste honderd dagen van Roosevelts presidentschap (maart–juni 1933) werden veel wetten en instanties snel ingevoerd om de economie te stabiliseren.

Aanleiding en doelstellingen

De Verenigde Staten verkeerden vanaf 1929 in een diepe economische crisis: banken failliet, prijzen daalden en miljoenen mensen raakten werkloos. De New Deal had drie hoofddoelen, vaak samengevat als “relief, recovery en reform”:

  • Relief (noodhulp voor werklozen en armen);
  • Recovery (economisch herstel van productie en werkgelegenheid);
  • Reform (structurele hervormingen om herhaling van de crisis te voorkomen, zoals bank- en financiële regelgeving en sociale zekerheid).

Belangrijkste programma's en instanties

De New Deal omvatte tientallen programma's. Hieronder volgt een beknopte toelichting op de bekendste maatregelen en instanties:

  • CCC (Civilian Conservation Corps, 1933) – bood werk aan jonge mannen in natuurbescherming en infrastructuur (bossen, dijken, parken).
  • WPA (Works Progress Administration, 1935) – gaf werk aan miljoenen mensen via openbare werken (wegen, bruggen, scholen) en ondersteunde ook kunstenaars, schrijvers en musici via programma’s zoals Federal Project Number One.
  • AAA (Agricultural Adjustment Act, 1933) – probeerde de landbouwprijzen te ondersteunen door productie te beperken en boeren uit te kopen; delen van de wet werden later door het Hooggerechtshof ongrondwettig verklaard maar onderdelen bleven bestaan in gewijzigde vorm.
  • TVA (Tennessee Valley Authority, 1933) – een regionaal ontwikkelingsproject dat stroomopwekking, irrigatie en werkgelegenheid bevorderde in het stroomgebied van de Tennessee-rivier.
  • HOLC (Home Owners’ Loan Corporation, 1933) – herfinancierde hypotheken om gedwongen gedwongen verkopen te voorkomen en huisbezit te stabiliseren.
  • FERA (Federal Emergency Relief Administration, 1933) – verstrekte directe hulp en subsidie aan staats- en lokale programma’s voor de armsten.
  • PWA (Public Works Administration, 1933) – betaalde grote infrastructuurprojecten om investeringen en werkgelegenheid te stimuleren.
  • CWA (Civil Works Administration, 1933–1934) – een tijdelijke noodmaatregel die snel werk en lonen bood tijdens de winter van 1933–34.
  • NRA (National Recovery Administration, 1933) – probeerde industriële productie, lonen en arbeidsomstandigheden via vrijwillige codes te reguleren; het programma verloor juridische steun toen het Hooggerechtshof delen ongeldig verklaarde (Schechter Poultry Co. v. United States, 1935).
  • Bank- en financiële hervormingen – onder meer de Banking Act (Glass–Steagall) en de oprichting of versterking van instellingen zoals de FDIC (Federal Deposit Insurance Corporation) en later de Securities and Exchange Commission (SEC) in 1934 om vertrouwen in banken en de beurs te herstellen.

De Tweede New Deal (vanaf 1935)

Vanaf 1935 verschoof de aandacht naar permanente sociale garanties en versterking van de positie van werknemers:

  • Social Security Act (1935) – introduceerde een ouderdomspensioen, werkloosheidsverzekering en hulp aan hulpbehoevenden. Belangrijk: veel boeren en huishoudelijk personeel vielen aanvankelijk buiten sommige voorzieningen, wat ongelijkheden in de toepassing versterkte.
  • Wagner Act (National Labor Relations Act, 1935) – beschermde het recht van werknemers om zich te organiseren en te staken; dit leidde tot een sterke stijging van de vakbondslidmaatschappen.
  • Uitbreiding van werkgelegenheidsprogramma’s – bijvoorbeeld de WPA, die in staat bleek grootschalige werkgelegenheid te bieden en culturele projecten te financieren.

Effect op vakbonden en werkgelegenheid

De New Deal en de Wagner Act droegen bij aan een sterke groei van georganiseerde arbeid. Enkele cijfers die vaak worden aangehaald:

  • Percentage van niet-agrarische werknemers in vakbonden, 1930: 11,6%
  • Percentage van niet-agrarische werknemers in vakbonden, 1937: 22,6%
  • Percentage van niet-agrarische werknemers in vakbonden, 1945: 35,5%
  • Percentage van niet-agrarische werknemers in vakbonden, 1999: 13,9%

Reacties, kritiek en juridische strijd

De New Deal had zowel aanhangers als tegenstanders. Critici klaagden over de groei van de federale macht, de kosten, en vermeende bemoeienis met de vrije markt. Conservatieven en sommige bedrijfsleiders verzetten zich; links vond soms dat hervormingen niet ver genoeg gingen. Rechterlijke instanties speelden een belangrijke rol: het Hooggerechtshof verklaarde enkele onderdelen van de New Deal ongrondwettig (bijvoorbeeld NRA en delen van de oorspronkelijke AAA), waarop wetgevers en de uitvoerende macht programma’s aanpasten of nieuwe wetten aannamen.

Gevolgen en nalatenschap

De New Deal veranderde de rol van de federale overheid in de Amerikaanse samenleving en legde de basis voor de moderne sociale zekerheidsstaat en voor uitgebreide regulering van banken en de financiële markten. Belangrijke blijvende instellingen en ideeën uit die periode zijn onder meer Social Security, bankdepositoverzekering (FDIC), arbeidsrechten en grootschalige federale infrastructuurprojecten. Hoewel de New Deal de economie aanzienlijk stabiliseerde en vele miljoenen mensen directe hulp bood, was de definitieve uitstoot uit de Grote Depressie grotendeels het gevolg van de massale oorlogsproductie en mobilisatie in de Tweede Wereldoorlog.

Opmerkingen over sociale ongelijkheid

De effecten van de New Deal waren ongelijk verdeeld: Afro-Amerikanen, vrouwen en migranten profiteerden niet altijd evenveel door discriminatie in uitvoering en door uitsluitingen in sommige wetten. Veel regionale projecten boden echter wel banen en infrastructuurverbeteringen die langdurige voordelen opleverden.

Korte verklaringen van afkortingen

  • CCC: Civilian Conservation Corps — werkprogramma voor jonge mannen (natuur- en landschapsprojecten).
  • WPA: Works Progress Administration — grootschalige werkgelegenheids- en cultuurprogramma’s.
  • FDR: Franklin Delano Roosevelt — president van de Verenigde Staten (1933–1945).
  • AAA: Agricultural Adjustment Act — maatregelen om landbouwprijzen te ondersteunen door productiebeperkingen en betalingen aan boeren.
  • TVA: Tennessee Valley Authority — regionaal ontwikkelings- en elektriciteitsproject.
  • HOLC: Home Owners Loan Corporation — herfinanciering van hypotheken om huisuitzettingen te voorkomen.
  • FERA: Federal Emergency Relief Administration — directe noodhulp en subsidies voor staatsprogramma’s.
  • PWA: Public Works Administration — financierde grote openbare werken om werk en investeringen te stimuleren.
  • CWA: Civil Works Administration — tijdelijke werkverschaffing in de winter van 1933–1934.
  • NRA: National Recovery Administration — poging tot coördinatie van industrie, prijzen en arbeidsvoorwaarden (later door het Hooggerechtshof afgewezen).