Genocide van de Pontische Grieken (1914–1923): geschiedenis en slachtoffers
Diepgaand overzicht van de Genocide van de Pontische Grieken (1914–1923): geschiedenis, slachtoffers, getuigenissen en nasleep — feiten, cijfers en herdenking.
De Pontische Griekse Genocide was een periode van vervolging en massaal geweld tegen etnische en religieuze Grieken in de Pontus-regio van het Ottomaanse Rijk tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog (globaal 1914–1923). De term verwijst naar systematische deportaties, executies, dwangarbeid en gedwongen verdrijving door Ottomaanse autoriteiten en door gewapende groepen die met hen samenwerkten. Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen; sommige bronnen noemen cijfers tot 1.100.000 voor alle Griekse gemeenschappen in het Ottomaanse gebied, maar gespecialiseerde historici benadrukken dat exacte aantallen voor de Pontische gemeenschap zelf omstreden blijven en doorgaans lager worden ingeschat. Wat vaststaat, is dat tienduizenden tot mogelijk enkele honderdduizenden Pontische Grieken werden vermoord, gedeporteerd of door omstandigheden omkwamen tijdens de gedwongen marsen.
Achtergrond
De Grieks-sprekende gemeenschappen langs de zuidkust van de Zwarte Zee, de Pontische Grieken, leefden sinds de oudheid in de streek. Na de inlijving van het Keizerrijk van Trebizond door de Ottomanen in 1461 kwam de bevolking onder Ottomaans bestuur te staan. In de late 19e en vroeg 20e eeuw namen etnisch-nationalistische spanningen toe binnen het rijk, en de opkomst van de beweging van de Jong-Turken leidde tot beleid dat in veel gevallen gericht was op homogenisering van het rijk. Dit ging gepaard met discriminatie, gedwongen belastingen, onteigening van bezit en perioden van geweld tegen christelijke minderheden.
Verloop van de vervolging
In de jaren 1914–1918 en de daaropvolgende periode vonden in de Pontus-regio grootschalige acties plaats: huiszoekingen, arrestaties, massale executies, gedwongen deportaties naar het binnenland (vaak via dodenmarsen), en beruchte dwangarbeidsdiensten. Vrouwen en kinderen werden slachtoffer van ontberingen, geweld en verkrachting. Veel dorpen werden geplunderd en verwoest; land en goederen werden in beslag genomen door Ottomaanse autoriteiten of lokale groepen. Tijdens de Griekse-Turkse oorlog (1919–1922) en de daaropvolgende vredesregeling verslechterde de situatie nog, waarna de gedwongen bevolkingsuitwisseling van 1923 officieel een eind maakte aan de Griekse aanwezigheid in veel delen van Anatolië.
Schattingen van slachtoffers
Het noemen van exacte aantallen is onderwerp van discussie. Bronnen variëren door verschillende definities (wie wordt meegerekend: alleen Pontische Grieken of alle etnische Grieken in het Ottomaanse rijk?), door verlies van administratieve gegevens en door politieke interpretaties. Historici spreken over tienduizenden tot enkele honderdduizenden doden onder de Pontische Grieken; sommige nationale of gemeenschapsgedreven schattingen noemen hogere cijfers. Het is belangrijk te erkennen dat onafhankelijke en gedetailleerde demografische verificatie voor veel gebieden ontbreekt, en dat er nog steeds onderzoek nodig is om preciezere cijfers te bepalen.
Nasleep en erkenning
Veel overlevenden vestigden zich in Griekenland, Rusland, de Verenigde Staten en elders, waardoor een Pontische diaspora ontstond. In 1923 voorzag het Verdrag van Lausanne in een grootschalige, wederzijdse bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije, waarmee formeel een eind kwam aan de eeuwenoude Griekse aanwezigheid in veel Anatolische streken, inclusief delen van Pontus.
Erkenning van wat Pontische organisaties en sommige staten aanduiden als genocide blijft internationaal verdeeld. Griekenland erkent de vervolging en vielen veel landen en instanties ook erkenning uit. Turkse regeringen erkennen de gebeurtenissen meestal niet als genocide en geven vaak een andere context aan de doden, bijvoorbeeld als slachtoffers van oorlogsomstandigheden en wederzijdse strijd. Deze historische en politieke discussie houdt onderzoek en diplomatie nog steeds bezig.
Cultureel erfgoed en diaspora
De Pontische gemeenschap heeft haar taal (Pontisch Grieks), muziek, dansen en religieuze tradities bewaard in de diaspora. Herinnering en culturele overdracht zijn belangrijke pijlers voor de gemeenschap: verenigingen, musea, archieven en publicaties documenteren traditionele gebruiken en getuigenissen van overlevenden. Jaarlijks worden herdenkingen gehouden om de slachtoffers te herinneren en de geschiedenis levend te houden.
Context met andere vervolgingen
De genocide op de Pontische Grieken vond plaats in dezelfde historische context en periode als de vervolgingen en massamoorden op andere christelijke minderheden in het Ottomaanse rijk, waaronder de Assyriërs en de Armeniërs. Deze gebeurtenissen delen overeenkomsten in methoden (deportaties, dodenmarsen, executies), maar elk van deze tragische episodes heeft ook zijn eigen specifieke lokale dynamiek en tijdlijn.
Onderzoekers blijven nieuw bronnenmateriaal analyseren, ooggetuigenverslagen verzamelen en demografische studies uitvoeren om een vollediger beeld te krijgen van de omvang en aard van het geweld. Voor wie meer wil weten zijn gespecialiseerde historische studies en getuigenissen van overlevenden goede startpunten.
Vragen en antwoorden
V: Wat was de Pontische Griekse Genocide?
A: De Pontische Griekse Genocide was een genocide door de Jong-Turken in het Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog.
V: Hoeveel Pontische Grieken werden er naar schatting gedood tijdens de genocide?
A: Naar schatting zijn minstens 1.100.000 Pontische Grieken gedood tijdens de invallen en slachtpartijen.
V: Waarom werden veel Pontische Grieken afgeslacht door de Turken?
A: Veel Pontische Grieken werden door de Turken als onzuiver beschouwd en werden afgeslacht omdat ze hun christendom niet opgaven en moslims werden.
V: Wat verloren de Pontische Grieken tijdens de genocide?
A: De Pontische Grieken verloren hun huizen en bezittingen aan de sultan Abdulhamid de Rode.
V: Werden de Pontische Grieken al voor de genocide vervolgd?
A: Ja, al voor de genocide werden de Pontische Grieken vervolgd en gedwongen om hoge belastingen te betalen.
V: Wie heersten er over de Pontische Grieken en onderdrukten hen?
A: De Koerden en Ottomanen heersten over de Pontische Grieken en onderdrukten hen, assimileerden hen in de maatschappij en zorgden ervoor dat velen hun onafhankelijkheid verloren.
V: Hadden de Pontische Grieken hun eigen natie vóór de genocide?
A: Nee, de Pontische Grieken hebben geen eigen natie gehad sinds de oudheid en de verovering van het Trebizond Rijk.
Zoek in de encyclopedie