De Assyrische genocide was een genocide door het Ottomaanse Rijk waarbij meer dan 300.000 Assyriërs werden gedood tijdens invallen.

De Assyriërs noemen het de Sayfo, het Aramese woord voor "zwaard". Veel Assyriërs werden door de Turken als onrein beschouwd en werden afgeslacht omdat zij het christendom niet opgaven en moslim werden. Assyriërs verloren hun huizen en bezittingen aan sultan Adulhamed de Rode. Reeds vóór de genocide werden zij vervolgd en gedwongen hoge belastingen te betalen.

Sinds de oudheid en de verovering door de Babyloniërs hebben de Assyriërs geen eigen natie meer. Hun diaspora heeft zich verspreid over vele verschillende landen.

Onder de Arabieren en de Turken werden zij onderdrukt en gedwongen geassimileerd met de rijken, en velen verloren hun onafhankelijkheid. Degenen die hebben overleefd behouden hun gemeenschappelijke eenheid, vooral in hun diepe christelijke geloof.