De roodnekse wallaby (Macropus rufogriseus) is een middelgrote macropod die veel voorkomt in delen van Oost-Australië. Als een van de grotere wallaby's lijkt hij op een kangoeroe, maar is over het algemeen compacter gebouwd. Volwassen mannetjes kunnen meer dan 20 kg wegen en een kop-romplengte bereiken van ongeveer 90 cm; vrouwtjes blijven meestal duidelijk kleiner.
Uiterlijk
De roodnekskleur is typerend: een roodbruine of roodoranje vlek op de hals en schouders contrasteert met een dofgrijze tot bruingrijze vacht op romp en flanken. De neus en delen van de poten zijn vaak donker tot zwart, en er is meestal een witte streep op de bovenlip. De staart is stevig en gespierd en dient als steun en balansinstrument tijdens het springen. De vacht kan per ondersoort en per seizoen variëren: exemplaren uit koelere gebieden hebben meestal een dichtere, langere vacht.
Verspreiding en leefgebied
Roodnek wallaby's komen langs de kust en in open bosland van Oost-Australië voor, van Rockhampton, Queensland tot aan de Zuid-Australische grens. Ze leven ook in Tasmanië en op veel van de Bass Strait-eilanden; op sommige eilanden zijn ze geïntroduceerd. In Tasmanië, het noordoosten van New South Wales en het kustgebied van Queensland is hun aantal de afgelopen decennia toegenomen, onder andere doordat jacht is afgenomen en menselijk ingrijpen (kappen en begrazingsgebied creëren) nieuwe geschikte voedselgebieden heeft opgeleverd. In Victoria komen ze minder veel voor.
Leefwijze en gedrag
Zoals de meeste macropoden zijn roodnekse wallaby's voornamelijk crepusculair en nachtactief: ze foerageren vooral in de schemering en 's nachts en rusten of schuilen overdag in dicht begroeide stukken bos. Ze leven solitair tot in kleine tot middelgrote groepen (soms aangeduid als 'mobs' of in het Nederlands vaak simpelweg 'groepen') die territories of foerageergebieden delen. Binnen die groepen is er een duidelijke hiërarchie, vooral onder mannetjes.
Zij voeden zich voornamelijk met gras en kruiden, maar zullen ook bladeren en struikgewas eten wanneer dat beschikbaar is. Door hun nachtelijke eetgewoonte gebruiken ze open grasland direct naast bosranden: het bos biedt dekking, de open plekken voedsel.
Voortplanting en ontwikkeling
Er bestaan twee erkende ondersoorten. De Tasmaanse vorm, Macropus rufogriseus rufogriseus (vaak Bennett's wallaby genoemd), is kleiner en heeft een langere, dichtere vacht. Deze ondersoort kent een meer seizoensgebonden voortplanting: het broedseizoen valt meestal in de late zomer, vaak tussen februari en april. De vastelandsvorm, Macropus rufogriseus banksianus, kan het hele jaar door paren en jongen produceren.
De draagtijd bij wallaby's is kort (ongeveer een maand). Het jong, een joey genoemd, kruipt na de geboorte in de buidel van de moeder en verblijft daar doorgaans rond de 9 maanden. Na het verlaten van de buidel blijft het jong nog maandenlang bij de moeder drinken en oefent het zijn zelfstandigheid tot ongeveer 12–15 maanden. Vrouwtjes kunnen vaak voor het eerst een jong krijgen als ze ongeveer 14 maanden oud zijn.
Dreigingen en bescherming
Op soortniveau staat de roodnekse wallaby internationaal als relatief ongevoelig voor directe uitsterving; veel populaties zijn stabiel of nemen lokaal zelfs toe. Toch bestaan er bedreigingen zoals habitatverlies door landbouw en verstedelijking, verkeersslachtoffers (roadkill), aanvallen door honden en in bepaalde gebieden predatie door vossen en inheemse roofdieren zoals de dingo. In het verleden werden ze ook bejaagd. Lokale populaties kunnen ook onder druk komen te staan door concurrentie met vee of door ziekten.
Relatie met mensen
In Tasmanië kunnen wallaby's, vooral van de Tasmaanse ondersoort, dicht bij menselijke bewoning voorkomen en worden ze soms gezien als een plaag in tuinen en op gazons in de buitenwijken van Hobart en andere stadjes. Tegelijkertijd zijn ze een gewaardeerde en karakteristieke soort in het Australische landschap en trekken ze toeristen en natuurfotografen aan.
Interessante feiten
- Wallaby's communiceren via lichaamstaal (stand van oren en staart), zachte geluiden en door met hun achterpoten te stampen wanneer ze zich bedreigd voelen.
- De sterke achterpoten en lange staart maken hen uitstekende sprinters en springers; ze bewegen zich efficiënt over open terrein door afwisselend te lopen en te springen.
- In gevangenschap kunnen ze ouder worden dan in het wild; de gemiddelde levensduur in het wild ligt vaak tussen de 6 en 10 jaar, met hogere leeftijden onder goede omstandigheden.
Samengevat is de Macropus rufogriseus een aanpasbare en herkenbare wallaby: zichtbaar aan de rode nekvlek, wijdverspreid langs de oostkust van Australië en in Tasmanië, sociaal in losse groepen en ecologisch belangrijk als grazer in bos-grasland ecotopen.

