Verdrag van Stockholm over persistente organische verontreinigende stoffen (POPs)
Verdrag van Stockholm (POPs) — internationaal verdrag uit 2001 dat productie en gebruik van persistente organische verontreinigende stoffen beperkt ter bescherming van gezondheid en milieu.
Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen is een internationaal verdrag dat op 22 mei 2001 in Stockholm werd aangenomen en in mei 2004 (in werking treding op 17 mei 2004) van kracht werd. Het verdrag heeft tot doel de productie, het gebruik en de emissies van persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) te elimineren of te beperken. POP’s zijn chemische stoffen die lang in het milieu blijven, zich ophopen in levende organismen en zich over lange afstanden kunnen verplaatsen. Voorbeelden van stoffen die onder het verdrag vallen zijn polychloorbifenyl (PCB) en dichloordifenyltrichloorethaan (DDT). Een belangrijke uitbreiding in 2009 voegde meerdere andere stoffen toe, waaronder lindaan.
Doel en reikwijdte
Het primaire doel is het beschermen van de menselijke gezondheid en het milieu tegen de schadelijke effecten van POP’s. Het verdrag bestrijkt:
- chemische stoffen die bewust worden geproduceerd en gebruikt (bijv. sommige pesticiden en industriële chemicaliën);
- stoffen die onbedoeld ontstaan bij industriële processen of verbranding (bijv. dioxines en furanen);
- handelingen om reeds bestaande voorraden veilig te beheren en te vernietigen.
Belangrijkste bepalingen
Belangrijke onderdelen van het Verdrag van Stockholm zijn onder meer:
- Annexen A, B en C waarin stoffen en de voorgeschreven maatregelen zijn opgenomen: eliminatie (Annex A), beperking of gereguleerd gebruik (Annex B) en beheersing van onbedoelde emissies (Annex C).
- Verplichting van partijen om nationale implementatieplannen op te stellen, maatregelen te nemen om productie en gebruik te stoppen of te beperken, en om veilige opslag en vernietiging van voorraden en afval te regelen.
- Monitoring en rapportage door de verdragsluitende landen aan de Conferentie van Partijen (COP) om de voortgang en effectiviteit te beoordelen.
Uitzonderingen en volksgezondheid
Sommige middelen die schadelijk kunnen zijn voor insecten (insecticiden) zijn kritieke instrumenten in de bestrijding van door insecten overgedragen ziekten. Critici hebben beweerd dat het verdrag de doeltreffendheid van de strijd tegen malaria beperkt. Dit is echter niet het geval: het verdrag staat onder strikte voorwaarden het gebruik van bepaalde stoffen toe voor publiek‑gezondheidsdoeleinden. Zo is het gebruik van DDT voor vectorbestrijding (bijvoorbeeld tegen muggen die malaria overdragen) toegestaan onder uitzonderingen in het verdrag, mits alternatieven onvoldoende zijn en het gebruik gecontroleerd en gerapporteerd wordt. De intentie is om gezondheidsdoelen te beschermen terwijl de blootstelling en milieuschade zoveel mogelijk wordt beperkt.
Uitvoering en internationale samenwerking
Het verdrag wordt ondersteund door een secretariaat bij het Programma van de Verenigde Naties voor het Milieu (UNEP). Partijen ontvangen technische en financiële bijstand om nationale wetgeving op te zetten, bestaande voorraden veilig te beheren en uitstoot te verminderen. Het verdrag werkt vaak samen met andere internationale instrumenten zoals het Basel- en het Rotterdam-verdrag om een samenhangend beleid voor chemicaliën en afval te bevorderen.
Effectiviteit en kritiek
Sinds de inwerkingtreding heeft het verdrag geleid tot belangrijke verminderingen in productie en gebruik van veel POP’s, verbeterde monitoring en veilige verwijdering van voorraden en verontreinigde materialen. Tegelijk zijn er uitdagingen:
- het vinden van betaalbare, effectieve en veilige alternatieven voor sommige toepassingen;
- het omgaan met verontreinigde sites en afgedankte apparatuur in ontwikkelingslanden;
- handhaving en naleving van regels in landen met beperkte middelen.
De COP en het secretariaat werken door middel van richtlijnen, technische assistentie en capaciteitsopbouw om deze problemen aan te pakken.
Voor wie relevant
Het verdrag raakt overheden, toezichthouders op chemicaliën, gezondheidsdiensten die met vectorbeheersing bezig zijn, industrieën die chemicaliën produceren of gebruiken, milieuorganisaties en burgers die leven in gebieden met POP‑verontreiniging. Door de combinatie van eliminatie, beperking van gebruik en maatregelen tegen onbedoelde emissies probeert het Verdrag van Stockholm een breed en praktisch kader te bieden om de risico’s van POP’s wereldwijd te verminderen.

Logo

Staten die partij zijn bij het Verdrag van Stockholm vanaf 2016
Opgenomen chemicaliën
De volgende chemische stoffen zijn opgenomen:
| Bijlage | Naam | CAS-nummer | Uitzonderingen |
| A. Eliminatie | 309-00-2 | Productie geen | |
| A. Eliminatie | Chloordaan | 57-74-9 | Productie door geregistreerde partijen |
| A. Eliminatie | Dieldrin | 60-57-1 | Productie geen |
| A. Eliminatie | Endrin | 72-20-8 | Geen |
| A. Eliminatie | Heptachloor | 76-44-8 | Productie geen |
| A. Eliminatie | Hexachloorbenzeen | 118-74-1 | Productie door geregistreerde partijen |
| A. Eliminatie | Mirex | 2385-85-5 | Productie door geregistreerde partijen |
| A. Eliminatie | Toxafeen | 8001-35-2 | Geen |
| A. Eliminatie | Polychloorbifenylen (PCB's) | diverse | Productie geen |
| B. Beperking | DDT | 50-29-3 | Bestrijding van ziektedragers overeenkomstig deel II van bijlage B |
| C. Onopzettelijke productie | Polychloordibenzo-p-dioxinen ("dioxinen") en polychloordibenzofuranen | diverse |
|
| C. Onopzettelijke productie | Polychloorbifenylen (PCB's) | diverse |
|
| C. Onopzettelijke productie | Hexachloorbenzeen | 118-74-1 |
|
Zoek in de encyclopedie