Leopold III (geboren als Léopold Philippe Charles Albert Meinrad Hubertus Marie Miguel; 3 november 1901 - 25 september 1983) was Koning der Belgen van 1934 tot 1951. Hij verliet de troon en zijn zoon Boudewijn werd Koning.
Leopold III besteeg de troon van België op 23 februari 1934 na het overlijden van zijn vader, Koning Albert I.
Vroege leven en opleiding
Leopold werd geboren in Brussel in een koninklijk gezin en kreeg een militaire en staatkundige opvoeding die typerend was voor erfprinsen in die tijd. Voor zijn troonbestijging werd hij voorbereid op staatszaken en kreeg hij ervaring bij legereenheden. Zijn eerste jaren als troonopvolger maakten hem populaire publieke figuur, vooral dankzij zijn huwelijk en gezinsleven in de jaren twintig en dertig.
Huwelijken en gezin
Leopold trouwde in 1926 met de Zweedse prinses Astrid. Het huwelijk werd aanvankelijk met veel sympathie ontvangen. Het paar kreeg drie kinderen samen:
- Jozefien-Charlotte (geb. 1927)
- Boudewijn (geb. 1930) — zijn opvolger als koning
- Albert (geb. 1934) — later ook koning van België
Prinses Astrid kwam in 1935 om het leven bij een auto-ongeluk, wat een grote persoonlijke slag was voor Leopold en het koninklijk huis. In 1941 trouwde hij een tweede keer met Mary Lilian Baels (zij kreeg de titel prinses van Réthy). Dit tweede huwelijk, in volle oorlogsperiode en vrijwel meteen gevolgd door de geboorte van hun zoon Alexandre (geb. 1942), veroorzaakte in België veel discussie en droeg bij aan de latere politieke spanningen rond de koning.
Troonregeerperiode en de Tweede Wereldoorlog
Leopolds regeringstijd werd sterk bepaald door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog. In mei 1940 capituleerde het Belgische leger tegen de Duitse opmars. De besluiten van Leopold tijdens die dagen — onder meer zijn keuze om niet in ballingschap te gaan met de regering, maar in België te blijven — leidden tot felle meningsverschillen. Critici beschuldigden hem van een te meegaande houding tegenover de Duitse bezetter en van handelen zonder voldoende overleg met de legitieme regering in ballingschap.
Na de Duitse bezetting en gedurende de oorlogsjaren ontstond er onder politieke partijen en de bevolking verdeeldheid over de rol die de koning had gespeeld. Die onenigheid zette zich na de oorlog voort en kreeg de naam de “koningskwestie”. De regering en veel politici wilden eerst een grondige beoordeling van Leopolds gedrag vóór een definitieve terugkeer naar actieve koninklijke taken.
De koningskwestie, referendum en troonsafstand
Na de bevrijding van België bleef Leopold in een politiek onzekere positie. Het parlement en verschillende regeringen debatteerden lang over zijn terugkeer. In 1950 werd een nationale raadpleging (referendum) gehouden om de steun voor zijn terugkeer te peilen; het resultaat toonde een meerderheid vóór terugkeer, maar met duidelijke regionale verschillen: vooral Vlaanderen bleek grotendeels pro-koning, terwijl in Wallonië en Brussel de tegenstand sterker was.
De spanningen liepen hoog op: er volgden stakingen en maatschappelijke onrust. Om een burgeroorlog en verdere polarisatie te voorkomen nam Leopold uiteindelijk op 16 juli 1951 de beslissing om af te treden ten gunste van zijn zoon Boudewijn. Met zijn troonsafstand sloot hij een langdurig en ingrijpend hoofdstuk in de Belgische geschiedenis af.
Latere jaren en overlijden
Na zijn abdicatie trok Leopold zich terug uit de actieve politiek en leidde een grotendeels privéleven. Hij hield zich met persoonlijke interesses bezig en woonde afwisselend in België en in het buitenland. Leopold overleed op 25 september 1983 op 81-jarige leeftijd. Zijn dood riep uiteenlopende reacties op: voor sommigen bleef hij een omstreden figuur door de oorlogsjaren, voor anderen was hij een tragische, persoonlijke casus binnen de moderne Belgische geschiedenis.
Nalatenschap
Leopold III laat een complexe erfenis na. Zijn korte maar roerige regering illustreert hoe constitutionele monarchie, oorlog en publieke opinie elkaar kunnen kruisen. De “koningskwestie” van de jaren veertig en vijftig leidde tot belangrijke discussies over de rol van de monarch in een democratische rechtsstaat, politieke verantwoordelijkheid en nationale eenheid. Historici en publiek blijven zijn daden en motieven beoordelen, waardoor Leopold III een blijvend onderwerp van studie en debat is in de Belgische geschiedschrijving.

